Documenten - Geschiedenis

Documenten - Geschiedenis

Wij, de mensen van de Verenigde Naties, hebben besloten de volgende generaties te redden van de plaag van de oorlog, die tweemaal in ons leven de mensheid onnoemelijk veel verdriet heeft gebracht, en
opnieuw het geloof te bevestigen in fundamentele mensenrechten, in de waardigheid en waarde van de menselijke persoon, in de gelijke rechten van mannen en vrouwen en van grote en kleine naties, en voorwaarden te scheppen waaronder rechtvaardigheid en respect voor de verplichtingen
die voortvloeien uit verdragen en andere bronnen van internationaal recht kunnen worden gehandhaafd, en om sociale vooruitgang en een betere levensstandaard in grotere vrijheid te bevorderen,

EN VOOR DEZE EINDE

om verdraagzaamheid te beoefenen en in vrede met elkaar samen te leven als goede buren, en onze krachten te bundelen om de internationale vrede en veiligheid te handhaven, en om ervoor te zorgen, door de aanvaarding van principes en de instelling van methoden, dat gewapend geweld niet wordt gebruikt, behalve in het algemeen belang, en om internationale machines in te zetten voor de bevordering van de economische en sociale vooruitgang van alle volkeren,

HEBBEN BESLOTEN OM ONZE INSPANNINGEN TE COMBINEREN OM DEZE DOELSTELLINGEN TE BEREIKEN.

Dienovereenkomstig hebben onze respectieve regeringen, via vertegenwoordigers verzameld in de stad San Francisco, die hun volledige bevoegdheden hebben getoond die in goede en behoorlijke vorm zijn bevonden, ingestemd met dit Handvest van de Verenigde Naties en hierbij een internationale organisatie op te richten die bekend als de Verenigde Naties.

DOELEINDEN EN BEGINSELEN
ARTIKEL I

De doelstellingen van de Verenigde Naties zijn:

1. Om de internationale vrede en veiligheid te handhaven en daartoe effectieve collectieve maatregelen te nemen ter voorkoming en verwijdering van bedreigingen voor de vrede, en voor het onderdrukken van daden van agressie of andere schendingen van de vrede, en om door vreedzame middelen, en in overeenstemming met de beginselen van gerechtigheid en internationaal recht, aanpassing of beslechting van internationale geschillen of situaties die zouden kunnen leiden tot een schending van de vrede;

2. Het ontwikkelen van vriendschappelijke betrekkingen tussen naties gebaseerd op respect voor het beginsel van gelijke rechten en zelfbeschikking van volkeren, en het nemen van andere passende maatregelen om de universele vrede te versterken;

3. Internationale samenwerking tot stand brengen bij het oplossen van internationale problemen van economische, sociale, culturele of humanitaire aard en bij het bevorderen en aanmoedigen van respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden voor iedereen, zonder onderscheid naar ras, geslacht, taal of religie; en

4. Een centrum zijn voor het harmoniseren van de acties van naties bij het bereiken van deze gemeenschappelijke doelen.

ARTIKEL 2

De Organisatie en haar Leden zullen bij het nastreven van de in artikel 1 genoemde doeleinden handelen in overeenstemming met de volgende Principes.

1. De Organisatie is gebaseerd op het beginsel van de soevereine gelijkheid van al haar Leden.

2. Alle Leden zullen, teneinde hun allen de rechten en voordelen die voortvloeien uit het lidmaatschap te verzekeren, te goeder trouw de verplichtingen nakomen die zij zijn aangegaan in overeenstemming met dit Handvest.

3. Alle Leden zullen hun internationale geschillen langs vreedzame weg beslechten op zodanige wijze dat de internationale vrede en veiligheid en gerechtigheid niet in gevaar komen.

4. Alle Leden onthouden zich in hun internationale betrekkingen van dreiging met of het gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid van een staat, of op enige andere wijze die onverenigbaar is met de doelstellingen van de Verenigde Naties.

5. Alle Leden verlenen de Verenigde Naties alle hulp bij elke actie die zij ondernemen in overeenstemming met dit Handvest, en onthouden zich van het verlenen van hulp aan een staat waartegen de Verenigde Naties preventieve of handhavende maatregelen nemen.

6. De Organisatie zorgt ervoor dat staten die geen lid zijn van de Verenigde Naties handelen in overeenstemming met deze Beginselen voor zover dat nodig is voor de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.

7. Niets in dit Handvest machtigt de Verenigde Naties om tussenbeide te komen in aangelegenheden die in wezen binnen de nationale jurisdictie van een staat vallen, of zal de Leden ertoe verplichten dergelijke aangelegenheden te onderwerpen aan een regeling krachtens dit Handvest; maar dit beginsel doet geen afbreuk aan de toepassing van handhavingsmaatregelen krachtens hoofdstuk VII.

LIDMAATSCHAP
ARTIKEL 3

De oorspronkelijke Leden van de Verenigde Naties zijn de staten die, na te hebben deelgenomen aan de Conferentie van de Verenigde Naties over de Internationale Organisatie te San Francisco, of die eerder de Verklaring van de Verenigde Naties van 1 januari 1942 hebben ondertekend, dit Handvest ondertekenen en bekrachtigen in overeenkomstig artikel 110.

ARTIKEL 4

1. Het lidmaatschap van de Verenigde Naties staat open voor alle andere vredelievende staten die de in dit Handvest vervatte verplichtingen aanvaarden en naar het oordeel van de Organisatie in staat en bereid zijn deze verplichtingen na te komen.

2. De toelating van een dergelijke staat tot het lidmaatschap van de Verenigde Naties geschiedt bij besluit van de Algemene Vergadering op aanbeveling van de Veiligheidsraad.

ARTIKEL 5

Een lid van de Verenigde Naties waartegen preventief of handhavend is opgetreden door de Veiligheidsraad kan worden geschorst van:

ARTIKEL 6

Een Lid van de Verenigde Naties dat voortdurend de Beginselen vervat in dit Handvest heeft geschonden, kan op aanbeveling van de Veiligheidsraad door de Algemene Vergadering uit de Organisatie worden verwijderd.

ORGANEN
ARTIKEL 7

1. Als voornaamste organen van de Verenigde Naties zijn een Algemene Vergadering, een Veiligheidsraad, een Economische en Sociale Raad, een Trustschapsraad, een Internationaal Gerechtshof en een Secretariaat ingesteld.

2. De hulporganen die nodig worden geacht, kunnen worden opgericht in overeenstemming met dit Handvest.

ARTIKEL 8

De Verenigde Naties zullen geen beperkingen opleggen aan de geschiktheid van mannen en vrouwen om deel te nemen in welke hoedanigheid dan ook en onder gelijke voorwaarden in haar hoofd- en hulporganen.

Hoofdstuk IV
DE ALGEMENE VERGADERING

ARTIKEL 9

1. De Algemene Vergadering bestaat uit alle Leden van de Verenigde Naties.

2. Elk lid heeft niet meer dan vijf vertegenwoordigers in de algemene vergadering.

ARTIKEL I 0

De Algemene Vergadering kan alle vragen of aangelegenheden bespreken die binnen de reikwijdte van dit Handvest vallen of die verband houden met de bevoegdheden en functies van de organen waarin dit Handvest voorziet, en kan, behalve zoals bepaald in artikel 12, aanbevelingen doen aan de Leden van de Verenigde Naties of de Veiligheidsraad of beide over dergelijke vragen of zaken.

ARTIKEL I I

1. De Algemene Vergadering kan de algemene beginselen van samenwerking bij de handhaving van de internationale vrede en veiligheid in overweging nemen, met inbegrip van de beginselen die van toepassing zijn op ontwapening en de regulering van bewapening, en kan met betrekking tot dergelijke beginselen aanbevelingen doen aan de Leden of aan de Veiligheidsraad of aan beide.

2. De Algemene Vergadering kan alle kwesties bespreken die betrekking hebben op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, die aan haar worden voorgelegd door een lid van de Verenigde Naties, of door de Veiligheidsraad, of door een staat die geen lid is van de Verenigde Naties in overeenstemming met met artikel 3S, tweede lid, en kan, behalve zoals bepaald in artikel 12, aanbevelingen doen met betrekking tot een dergelijke kwestie aan de staat of

betrokken staten of aan de Veiligheidsraad of aan beide. Elke dergelijke kwestie waarvoor actie nodig is, wordt door de Algemene Vergadering voor of na bespreking voorgelegd aan de Veiligheidsraad.

3. De Algemene Vergadering kan de aandacht van de Veiligheidsraad vestigen op situaties die de internationale vrede en veiligheid in gevaar kunnen brengen. .

ARTIKEL I8

1. Elk lid van de algemene vergadering heeft één stem.

2. Besluiten van de Algemene Vergadering over belangrijke kwesties worden genomen met een tweederde meerderheid van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen. Deze vragen omvatten: aanbevelingen met betrekking tot de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, de verkiezing van de niet-permanente leden van de Veiligheidsraad, de verkiezing van de leden van de Economische en Sociale Raad, de verkiezing van de leden van de Trustschapsraad in overeenstemming met artikel 86, lid 1, onder c), de toelating van nieuwe leden tot de Verenigde Naties, de opschorting van de rechten en privileges van het lidmaatschap, de verwijdering van leden, vragen met betrekking tot de werking van het trustschapssysteem en begrotingskwesties .

3. Besluiten over andere vraagstukken, met inbegrip van de vaststelling van aanvullende categorieën vraagstukken waarover met een tweederde meerderheid moet worden beslist, worden genomen bij meerderheid van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen.

ARTIKEL I 9

Een lid van de Verenigde Naties dat achterstallig is met de betaling van zijn financiële bijdragen aan de Organisatie, heeft geen stem in de Algemene Vergadering indien het bedrag van zijn achterstallige betalingen gelijk is aan of groter is dan het bedrag van de bijdragen die het verschuldigd is voor

de voorgaande twee volle jaren. De Algemene Vergadering kan niettemin een dergelijk lid toestaan ​​te stemmen indien zij ervan overtuigd is dat het niet betalen te wijten is aan omstandigheden buiten de wil van het lid. .

DE VEILIGHEIDSRAAD

ARTIKEL 2 3

1. De Veiligheidsraad bestaat uit elf leden van de Verenigde Naties. De Republiek China, Frankrijk, de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika zullen permanente leden van de Veiligheidsraad zijn. De Algemene Vergadering kiest zes andere Leden van de Verenigde Naties als niet-permanente leden van de Veiligheidsraad, waarbij in eerste instantie bijzondere aandacht wordt besteed aan de bijdrage van Leden van de Verenigde Naties aan de handhaving van de internationale vrede en veiligheid en aan de andere doeleinden van de Organisatie, en ook aan een billijke geografische spreiding.

2. De niet-permanente leden van de Veiligheidsraad worden gekozen voor een periode van nvo jaar. Bij de eerste verkiezing van de niet-permanente leden worden er echter drie gekozen voor een periode van één jaar. Een aftredend lid is niet onmiddellijk herkiesbaar.

3. Elk lid van de Veiligheidsraad heeft één vertegenwoordiger.

ARTIKEL 24

1. Om een ​​snel en effectief optreden van de Verenigde Naties te verzekeren, dragen de leden van de Veiligheidsraad de primaire verantwoordelijkheid voor de handhaving van de internationale vrede en veiligheid over aan de Veiligheidsraad, en komen zij overeen dat de Veiligheidsraad bij de uitvoering van zijn taken onder deze verantwoordelijkheid namens hen optreedt .

2. Bij het vervullen van deze taken handelt de Veiligheidsraad in overeenstemming met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties. De specifieke bevoegdheden die aan de Veiligheidsraad zijn toegekend voor de uitvoering van deze taken zijn vastgelegd in de hoofdstukken Vl, Vll, V111 en Xll.

3. De Veiligheidsraad legt jaarlijkse en, indien nodig, speciale rapporten ter bestudering voor aan de Algemene Vergadering.

ARTIKEL 25

De Leden van de Verenigde Naties stemmen ermee in de besluiten van de Veiligheidsraad te aanvaarden en uit te voeren in overeenstemming met dit Handvest.

ARTIKEL 2 6

Teneinde de vestiging en handhaving van de internationale vrede en veiligheid te bevorderen met zo min mogelijk misbruik van de menselijke en economische middelen van de wereld, is de Veiligheidsraad verantwoordelijk voor het formuleren, met de hulp van het Comité van de Militaire Staf bedoeld in artikel 47, plannen voor te leggen aan de leden van de Verenigde Naties voor het opzetten van een systeem voor de regulering van bewapening.

ARTIKEL 2 7

1. Elk lid van de Veiligheidsraad heeft één stem.

2. Besluiten van de Veiligheidsraad over procedurele aangelegenheden worden genomen met een positieve stem van zeven leden.

3. Besluiten van de Veiligheidsraad over alle andere aangelegenheden worden genomen met een positieve stem van zeven leden, met inbegrip van de instemmende stemmen van de permanente leden; met dien verstande dat een partij bij een geschil zich bij beslissingen krachtens hoofdstuk Vl en artikel 52, lid 3, van stemming onthoudt....

Hoofdstuk Vl
VREEDZAME schikking van
GESCHILLEN

ARTIKEL 3 3

1. De partijen bij elk geschil waarvan de gevolgen de handhaving van de internationale vrede en veiligheid in gevaar kunnen brengen, zullen in de eerste plaats een oplossing zoeken door middel van onderhandelingen, onderzoek, bemiddeling, verzoening, arbitrage, gerechtelijke regeling, hun toevlucht nemen tot regionale instanties of regelingen, of andere vreedzame middelen naar eigen keuze.

2. De Veiligheidsraad roept, wanneer hij dit nodig acht, de partijen op hun geschil langs deze weg te regelen.

ARTIKEL 3 4

De Veiligheidsraad kan elk geschil of elke situatie die tot internationale wrijving zou kunnen leiden of aanleiding kan geven tot een geschil onderzoeken om te bepalen of het voortduren van het geschil of de situatie de handhaving van de internationale vrede en veiligheid in gevaar kan brengen.

ARTIKEL 35

1. Elk lid van de Verenigde Naties kan elk geschil of elke situatie van de aard bedoeld in artikel 34 onder de aandacht brengen van de Veiligheidsraad of van de Algemene Vergadering.

2. Een staat die geen lid is van de Verenigde Naties kan onder de aandacht brengen:

van de Veiligheidsraad of van de Algemene Vergadering elk geschil waarbij zij partij is, indien zij vooraf, voor de doeleinden van het geschil, de verplichtingen van pacttische regeling zoals voorzien in dit Handvest aanvaardt.

Hoofdstuk V11
ACTIE MET BETREKKING TOT
BEDREIGINGEN VOOR DE VREDE,
SCHENDINGEN VAN DE VREDE,
EN HANDELINGEN VAN AGRESSIE

ARTIKEL 3 9

De Veiligheidsraad stelt vast of er sprake is van een bedreiging van de vrede, een schending van de vrede of een daad van agressie en doet aanbevelingen, of beslist welke maatregelen zullen worden genomen in overeenstemming met de artikelen 41 en 42, om de internationale vrede te handhaven of te herstellen en veilig.

ARTIKEL 40

Om te voorkomen dat de situatie verergert, kan de Veiligheidsraad, alvorens de aanbevelingen te doen of te beslissen over de maatregelen voorzien in artikel 39, de betrokken partijen oproepen om te komen met de voorlopige maatregelen die hij nodig of wenselijk acht. Dergelijke voorlopige maatregelen laten de rechten, aanspraken of positie van de betrokken partijen onverlet. De Veiligheidsraad houdt terdege rekening met het niet naleven van dergelijke voorlopige maatregelen.

ARTIKEL
41

De Veiligheidsraad kan besluiten welke maatregelen die geen gebruik van gewapend geweld inhouden, moeten worden genomen om uitvoering te geven aan zijn besluiten, en hij kan de Leden van de Verenigde Naties oproepen dergelijke maatregelen toe te passen. Deze kunnen een volledige of gedeeltelijke onderbreking van de economische betrekkingen omvatten

en van spoor-, zee-, lucht-, post-, telegrafie-, radio- en andere communicatiemiddelen, en het verbreken van diplomatieke betrekkingen.

ARTIKEL 42

Indien de Veiligheidsraad van oordeel is dat de in artikel 41 bedoelde maatregelen ontoereikend zouden zijn of ontoereikend zijn gebleken, kan hij door lucht-, zee- of landstrijdkrachten de maatregelen nemen die nodig zijn om de internationale vrede en veiligheid te handhaven of te herstellen. Dergelijke acties kunnen demonstraties, blokkades en andere operaties door lucht-, zee- of landstrijdkrachten van leden van de Verenigde Naties omvatten.

ARTIKEL 43

1. Alle Leden van de Verenigde Naties verbinden zich ertoe om, om bij te dragen tot de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, strijdkrachten, bijstand en faciliteiten, met inbegrip van doorgangsrechten, die nodig zijn voor de handhaving van de internationale vrede en veiligheid. .

ARTIKEL 51

Niets in dit Handvest doet afbreuk aan het inherente recht op individuele of collectieve zelfverdediging in geval van een gewapende aanval op een lid van de Verenigde Naties, totdat de Veiligheidsraad de nodige maatregelen heeft genomen om de internationale vrede en veiligheid te handhaven. Maatregelen die door Leden worden genomen bij de uitoefening van dit recht op zelfverdediging zullen onmiddellijk worden gemeld aan de Veiligheidsraad en zullen op generlei wijze de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de Veiligheidsraad op grond van dit Handvest aantasten om op enig moment de maatregelen te nemen die het nodig heeft. noodzakelijk acht om de internationale vrede en veiligheid te handhaven of te herstellen.

Hoofdstuk VIII
REGIONALE REGELINGEN

ARTIKEL 52

1. Niets in dit Handvest sluit het bestaan ​​uit van regionale regelingen of instanties voor het behandelen van aangelegenheden die verband houden met de handhaving van internationale vrede en veiligheid als passend zijn voor regionale actie, op voorwaarde dat dergelijke regelingen of instanties en hun activiteiten in overeenstemming zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties.

2. De Leden van de Verenigde Naties die dergelijke regelingen aangaan of dergelijke organisaties vormen, stellen alles in het werk om lokale geschillen via dergelijke regionale regelingen of door dergelijke regionale agentschappen op pactistische wijze op te lossen alvorens ze aan de Veiligheidsraad voor te leggen. .

ARTIKEL 54

De Veiligheidsraad wordt te allen tijde volledig op de hoogte gehouden van activiteiten die worden ondernomen of overwogen in het kader van regionale regelingen of door regionale instanties voor de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.

Hoofdstuk IX
INTERNATIONALE ECONOMISCHE
EN SOCIALE SAMENWERKING

ARTIKEL
55

Met het oog op het scheppen van voorwaarden van stabiliteit en welzijn die nodig zijn voor vreedzame en vriendschappelijke betrekkingen tussen naties gebaseerd op eerbiediging van het beginsel van gelijke rechten en zelfbeschikking van volkeren, bevorderen de Verenigde Naties:

A. hogere levensstandaard, volledige werkgelegenheid en voorwaarden voor economische en sociale vooruitgang en ontwikkeling;

B. oplossingen van internationale economische, sociale, gezondheids- en aanverwante problemen; en internationale culturele en educatieve samenwerking; en

C. universeel respect voor en naleving van mensenrechten en fundamentele vrijheden voor iedereen, zonder onderscheid wat betreft ras, geslacht, taal of religie. .

Hoofdstuk Xl
VERKLARING BETREFFENDE:
NIET-ZELFBEHEERST
GEBIEDEN

ARTIKEL 7
3

Leden van de Verenigde Naties die verantwoordelijkheid hebben of nemen voor het bestuur van gebieden waarvan de volkeren nog geen volledige mate van zelfbestuur hebben bereikt, erkennen het beginsel dat de belangen van de inwoners van deze gebieden voorop staan, en aanvaarden als een heilige opdracht de verplichting om binnen het door dit Handvest ingestelde systeem van internationale vrede en veiligheid het welzijn van de inwoners van deze gebieden tot het uiterste te bevorderen, en daartoe:

A. om, met het nodige respect voor de cultuur van de betrokken volkeren, hun politieke, economische, sociale en educatieve vooruitgang, hun rechtvaardige behandeling en hun bescherming tegen misbruik te verzekeren;

B. zelfbestuur te ontwikkelen, terdege rekening te houden met de politieke aspiraties van de volkeren, en hen te helpen bij de geleidelijke ontwikkeling van hun vrije politieke instellingen, in overeenstemming met de specifieke omstandigheden van elk gebied en zijn volkeren en hun verschillende stadia van vooruitgang;

C. het bevorderen van internationale vrede en veiligheid;

NS. constructieve maatregelen van ontwikkeling te bevorderen, onderzoek aan te moedigen en met elkaar samen te werken en, wanneer en

in voorkomend geval, met gespecialiseerde internationale instanties met het oog op de praktische verwezenlijking van de in dit artikel genoemde sociale, economische en wetenschappelijke doeleinden; en

e. regelmatig ter informatie aan de Secretaris-Generaal te zenden, behoudens de beperkingen die veiligheids- en grondwettelijke overwegingen kunnen vereisen, statistische en andere informatie van technische aard met betrekking tot economische, sociale en onderwijsomstandigheden in de gebieden waarvoor zij respectievelijk verantwoordelijk zijn, behalve die gebieden waarop de hoofdstukken Xll en X111 van toepassing zijn.

ARTIKEL 74

Leden van de Verenigde Naties zijn het er ook over eens dat hun beleid ten aanzien van de gebieden waarop dit hoofdstuk van toepassing is, niet minder dan ten aanzien van hun grootstedelijke gebieden, gebaseerd moet zijn op het algemene beginsel van goed nabuurschap, waarbij terdege rekening wordt gehouden met de belangen en het welzijn van de rest van de wereld, in sociale, economische en commerciële aangelegenheden.

Hoofdstuk X11
INTERNATIONAAL TRUSTEESHIP
SYSTEEM

ARTIKEL 75

De Verenigde Naties zullen onder haar gezag een internationaal trustschapssysteem opzetten voor het bestuur van en het toezicht op de gebieden die daaronder kunnen worden geplaatst door latere individuele overeenkomsten. Deze gebieden worden hierna trustgebieden genoemd.

ARTIKEL 76

De basisdoelstellingen van het trustschapssysteem, in overeenstemming met de doelstellingen van:

1

de Verenigde Naties, bedoeld in artikel I van dit Handvest, zijn:

A. om de internationale vrede en veiligheid te bevorderen;

B. ter bevordering van de politieke, economische, sociale en educatieve vooruitgang van de inwoners van de trustgebieden, en hun geleidelijke ontwikkeling naar zelfbestuur of onafhankelijkheid, al naar gelang de specifieke omstandigheden van elk gebied en zijn volkeren en de vrijelijk geuite wensen van de betrokken volkeren, en zoals kan worden bepaald door de voorwaarden van elke trustschapsovereenkomst;

C. respect voor mensenrechten en fundamentele vrijheden voor iedereen aan te moedigen, zonder onderscheid naar ras, geslacht, taal of religie, en de erkenning van de onderlinge afhankelijkheid van de volkeren van de wereld aan te moedigen; en

NS. gelijke behandeling in sociale, economische en commerciële aangelegenheden voor alle leden van de Verenigde Naties en hun onderdanen, en ook voor de gelijke behandeling van laatstgenoemden in de rechtsbedeling, onverminderd de verwezenlijking van de voorgaande doelstellingen en, onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 80.

ARTIKEL 77

1. Het trustschapssysteem is van toepassing op gebieden in de volgende categorieën die daaronder kunnen worden geplaatst door middel van trustschapsovereenkomsten:

A. gebieden die nu onder mandaat vallen

B. gebieden die als gevolg van de Tweede Wereldoorlog kunnen worden losgemaakt van vijandige staten; en

C. gebieden die vrijwillig onder het systeem zijn geplaatst door staten die verantwoordelijk zijn voor hun beheer.

2. Het zal een zaak zijn voor latere overeenstemming over welke gebieden in de voorgaande categorieën onder het trustschapssysteem zullen worden gebracht en onder welke voorwaarden.

Hoofdstuk XIV
DE INTERNATIONALE RECHTER
VAN RECHTVAARDIGHEID

ARTIKEL 92

Het Internationaal Gerechtshof is het belangrijkste gerechtelijke orgaan van de Verenigde Naties. Het functioneert in overeenstemming met het bijgevoegde Statuut, dat gebaseerd is op het Statuut van het Permanente Hof van Internationale Justitie en een integrerend onderdeel vormt van dit Handvest.

ARTIKEL 9 3

1. Alle leden van de Verenigde Naties zijn ipso facto partij bij het Statuut van het Internationaal Gerechtshof.

2. Een staat die geen lid is van de Verenigde Naties kan partij worden bij het Statuut van het Internationale Gerechtshof op voorwaarde die in elk geval door de Algemene Vergadering op aanbeveling van de Veiligheidsraad wordt bepaald.

ARTIKEL 94

1. Elk Lid van de Verenigde Naties verbindt zich ertoe de beslissing van het Internationale Gerechtshof na te leven in elk geval waarbij het partij is.

2. Indien een partij in een zaak de verplichtingen niet nakomt die op haar rusten krachtens een uitspraak van het Hof, kan de andere partij een beroep doen op de Veiligheidsraad, die, indien hij dit nodig acht, aanbevelingen kan doen. .

Hoofdstuk XV
HET SECRETARIAAT

ARTIKEL 9 7

Het Secretariaat bestaat uit een Secretaris-Generaal en het personeel dat de Organisatie nodig heeft. De Secretaris-Generaal wordt benoemd door de Algemene Vergadering op aanbeveling van de Veiligheidsraad. Hij zal de hoogste administratieve functionaris van de Organisatie zijn.

ARTIKEL 98

De Secretaris-Generaal treedt in die hoedanigheid op in alle vergaderingen van de Algemene Vergadering, de Veiligheidsraad, de Economische en Sociale Raad en de Trustschapsraad, en vervult alle andere functies die hem door deze organen worden toevertrouwd. De Secretaris-Generaal brengt jaarlijks verslag uit aan de Algemene Vergadering over de werkzaamheden van de Organisatie.

ARTIKEL 99

De Secretaris-Generaal kan elke aangelegenheid onder de aandacht van de Veiligheidsraad brengen die naar zijn mening een bedreiging kan vormen voor de handhaving van de internationale vrede. .

ARTIKEL I 00

1. Bij de uitvoering van hun taken streven de Secretaris-Generaal en het personeel er niet naar instructies te ontvangen van enige regering of van enige andere autoriteit buiten de Organisatie. Zij onthouden zich van elke handeling die een weerslag zou kunnen hebben op hun positie als internationale functionarissen die uitsluitend aan de Organisatie verantwoordelijk zijn.

2. Elk Lid van de Verenigde Naties verbindt zich ertoe het uitsluitend internationale karakter van de verantwoordelijkheden van de Secretaris-Generaal en het personeel te respecteren. .

Hoofdstuk XVII
OVERGANGSBEVEILIGING
ARRANGEMENTEN

ARTIKEL I 06

In afwachting van de inwerkingtreding van dergelijke bijzondere overeenkomsten bedoeld in artikel 43

aangezien de Veiligheidsraad naar het oordeel van de Veiligheidsraad in staat stelt te beginnen met de uitoefening van zijn verantwoordelijkheden krachtens artikel 42, zullen de partijen bij de Vierlandenverklaring, ondertekend te Moskou op 30 oktober 1943 en Frankrijk, in overeenstemming met de bepalingen van paragraaf 5 van die Verklaring, met elkaar en zo nodig met andere Leden van de Verenigde Naties overleggen met het oog op een gezamenlijke aaion namens de Organisatie die nodig kan zijn voor het handhaven van de internationale vrede en veiligheid.

Hoofdstuk XIX
RATIFICATIE EN HANDTEKENING

ARTIKEL I 10

1. Dit Handvest wordt door de ondertekenende staten bekrachtigd in overeenstemming met hun onderscheiden grondwettelijke procedures.

2. De bekrachtigingen zullen worden nedergelegd bij de Regering van de Verenigde Staten van Amerika, die alle ondertekenende staten van elke nederlegging in kennis stelt, alsmede de Secretaris-Generaal van de Organisatie wanneer hij is benoemd.

3. Dit Handvest treedt in werking na de nederlegging van de bekrachtiging door de Republiek China, Frankrijk, de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, en de Verenigde Staten van Amerika, en door een meerderheid van de andere ondertekenende staten. Vervolgens wordt een protocol van de nedergelegde bekrachtigingen opgesteld door de Regering van de Verenigde Staten van Amerika, die daarvan afschriften zal doen toekomen aan alle ondertekenende staten. .

ARTIKEL I I I I

Dit Handvest, waarvan de Chinese, Franse, Russische, Engelse en Spaanse teksten gelijkelijk authentiek zijn, blijft nedergelegd in de archieven van de Regering

van de Verenigde Staten van Amerika. Naar behoren voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan worden door die Regering toegezonden aan de Regeringen van de andere ondertekenende Staten.

Onwaarschijnlijk; de vertegenwoordigers van de
Regeringen van de Verenigde Naties hebben dit Handvest ondertekend.

Gedaan te San Francisco, zesentwintig juni negentienhonderd vijfenveertig.


Bekijk de video: TOTALE geschiedenis van Nederland!