Medische behandeling in de middeleeuwen

Medische behandeling in de middeleeuwen



We are searching data for your request:

Forums and discussions:
Manuals and reference books:
Data from registers:
Wait the end of the search in all databases.
Upon completion, a link will appear to access the found materials.

Veel medische behandelingen in de Middeleeuwen waren gebaseerd op ideeën die door de Grieken en Romeinen waren ontwikkeld. Het belangrijkste aspect hiervan was de theorie van de vier humoren. Er werd beweerd dat het lichaam vier humeuren had: bloed, slijm, gele gal en zwarte gal. Deze humeuren werden geassocieerd met verschillende delen van het lichaam en hadden verschillende eigenschappen: bloed (hart: warm en vochtig); slijm (hersenen: koud en vochtig); gele gal (lever: warm en droog) en zwarte gal (milt: koud en droog).

Men geloofde dat wanneer iemand ziek was, de vier gemoedstoestanden in het lichaam niet in evenwicht waren. Een patiënt werd meestal geadviseerd om te rusten om het lichaam in staat te stellen zijn natuurlijke balans te herstellen. Als dit niet lukte, werd het dieet van de patiënt aangepast. Als de patiënt het bijvoorbeeld koud had, kreeg hij of zij warm eten.

Als de verandering in dieet geen succes had en de patiënt redelijk welvarend was, zou een chirurg worden ingeschakeld. Als de patiënt niet veel geld had, een kapper-chirurg (een ongetrainde arts die het grootste deel van zijn tijd besteedde aan het knippen van haar) in plaats daarvan zou worden gebruikt.

De chirurg zou de patiënt onderzoeken en als hij of zij heter was dan normaal, zou er worden beweerd dat er te veel bloed in het lichaam was. De oplossing voor dit probleem was om een ​​deel van het bloed te verwijderen door de aderen van de patiënt met een mes te openen. Naast aderlaten kunnen chirurgen ook kleine operaties uitvoeren en eenvoudige botbreuken behandelen.

In de vroege middeleeuwen waren er ook ziekenhuizen. Ze werden echter vooral gebruikt om de zieken te isoleren in plaats van te genezen. Toen mensen naar een ziekenhuis gingen, werd hun eigendom weggegeven omdat ze naar verwachting niet zouden overleven.
Een van de belangrijkste manieren om met ziekte om te gaan in de Middeleeuwen was door gebed. Men geloofde dat mensen die aan een ziekte leden waarschijnlijk door God werden gestraft voor zonden die ze in het verleden hadden begaan.

De Zwarte Dood die ongeveer een derde van de wereldbevolking het leven kostte, had een dramatisch effect op de houding van mensen ten opzichte van medische behandeling. Traditionele methoden om ziekten te behandelen, zoals aderlaten, zuiveren met laxeermiddelen, het veranderen van het dieet van de patiënt, kruidengeneesmiddelen enz., waren volledig ondoeltreffend tegen de ziekte.

Er werd veel gediscussieerd over de oorzaak van de Zwarte Dood. Artsen konden niet met het juiste antwoord komen. Verschillende kwamen echter dicht bij het identificeren van de oorzaak. Een arts uit Perzië beweerde dat de
ziekte was op mensen overgedragen door "muizen en dieren" die normaal "onder de aarde leefden". Een dokter uit Zweden beweerde dat het "vlooien en ongedierte" waren die de Zwarte Dood brachten.

Artsen werden zich ervan bewust dat het belangrijk was kennis over ziekte op te bouwen. Geleerden kregen kopieën van boeken die door artsen in andere landen waren geschreven en lieten ze in het Engels vertalen. Dit was een belangrijke ontwikkeling, aangezien medische boeken in Engeland in het verleden alleen in het Latijn beschikbaar waren, waardoor het aantal mensen dat ze kon lezen beperkt was.

Op deze manier werd informatie doorgegeven over de succesvolle behandeling van ziekten. Zo was het Hotel Dieu, een groot ziekenhuis in Parijs, een pionier op het gebied van een nieuwe benadering van de omgang met patiënten. Het ziekenhuis was verdeeld in afdelingen. Elke afdeling behandelde verschillende problemen. Mensen met gebroken botten zouden op de ene afdeling worden behandeld, terwijl een andere met infectieziekten te maken had.

Het Hotel Dieu heeft veel zorg besteed aan de hygiëne. Alle patiënten kregen schone jassen om te dragen en gingen regelmatig in bad. Zoals alle ziekenhuizen sliepen patiënten nog steeds drie of vier in een bed, maar de lakens werden elke week verschoond. De vloeren van de afdelingen werden schoongehouden en de muren werden met kalk weggespoeld.

Informatie over de succesvolle behandeling van patiënten in Hotel Dieu verspreidde zich al snel naar andere landen. Het duurde niet lang voordat artsen soortgelijke hervormingen in hun ziekenhuizen begonnen door te voeren.

Het geloof van mensen dat gebed hen zou beschermen tegen ziekte werd ondermijnd door de Zwarte Dood. Sommigen accepteerden het argument dat de plaag een geschenk van God was en boden hun een vroege toegang tot het paradijs aan. Anderen waren van mening dat de kerk hen had moeten kunnen waarschuwen voor de naderende ramp. Er werd ook op gewezen dat terwijl sommige priesters bleven en de mensen in het dorp hielpen, vele anderen vluchtten. Een van de interessante gevolgen van de Zwarte Dood was de groeiende neiging van mensen om geld in hun testament na te laten in ziekenhuizen in plaats van kerken. Hierdoor konden tussen 1350 en 1390 in Engeland zeventig extra ziekenhuizen worden gebouwd.

Bij zeer warm weer mag geen aderlating (bloedafname) worden ondernomen, omdat de humeuren er snel uitvloeien als de slechte. Ook moet er geen aderlating worden gedaan bij erg koud weer, omdat de goede humeuren zich in het lichaam verdichten en moeilijk naar buiten kunnen worden gehaald, en de goede komen er sneller uit dan de slechte... Als het bloed zwart lijkt, trek het dan weg totdat het rood wordt . Als het dik is, totdat het dunner wordt: als het waterig is, totdat het dik wordt... Aderlaten maakt de geest helder, versterkt het geheugen, reinigt de maag, scherpt het gehoor, ontwikkelt de zintuigen, bevordert de spijsvertering, produceert een muzikale stem, voedt het bloed, ontdoet het van giftige stoffen en brengt een lang leven. Het verdrijft ziekten, geneest pijnen, koortsen en verschillende ziekten.

De kennis van anatomie wordt op twee manieren verworven; de ene is door middel van boeken... de tweede manier is door dode lichamen te ontleden, namelijk van degenen die onlangs zijn onthoofd of opgehangen. Op deze manier leren we de anatomie van de inwendige organen, de spieren, huid, aderen en pezen.

Ze legde de bloedijzers in de ader van Robin Hood
En doorboorde de ader, en liet het bloed ontsnappen,
En daarna de dunne,
En toen wist hij dat er van binnen verraad was.

Ziekte in de 14e eeuw (Antwoordcommentaar)

King Harold II en Stamford Bridge (antwoordcommentaar)

De slag bij Hastings (Antwoordcommentaar)

Willem de Veroveraar (Antwoordcommentaar)

Het feodale systeem (Antwoordcommentaar)

De Domesday-enquête (antwoordcommentaar)

Thomas Becket en Henry II (Antwoordcommentaar)

Waarom werd Thomas Becket vermoord? (Antwoordcommentaar)

Verlichte manuscripten in de middeleeuwen (Antwoordcommentaar)

Yalding: Middeleeuws dorpsproject (differentiatie)


Populaire medische behandelingen - cuppen, bloeden en zuiveren

Cupping, bloeden en purgeren waren gebruikelijke methoden om de balans tussen de humeuren te herstellen.

Jost Amman: *Eygentliche Beschreibung aller Stände auff Erden*, Cupping, 1568

In de vroegmoderne tijd dacht men dat ziekten werden veroorzaakt door verstoringen van het lichaam, dat, wanneer het volkomen gezond was, in een innerlijke staat van harmonieus evenwicht werd gehouden, zoals de wereld of de kosmos. Dit model kan worden beschouwd als een verdere ontwikkeling van Galenus' leer van de vier humeuren, volgens welke er een evenwicht moet zijn tussen de vier kardinale vloeistoffen in het lichaam, dat wil zeggen bloed, slijm en gele en zwarte gal. Elke obstructie of viscositeit moest daarom worden behandeld, en een van de meest populaire en universele methoden om het fysieke evenwicht te herstellen, was bloeden.

Bloeden werd gebruikt voor elke vorm van kwaal, en zelfs de gezonde onderging het meerdere keren per jaar als preventieve maatregel. Het waren meestal kappers-chirurgen die deze nogal gevaarlijke behandeling toedienden, en hun gebrek aan anatomische kennis verergerde het probleem vaak omdat ze dat konden en soms per ongeluk slagaders doorsnijden, en als de snijwonden geïnfecteerd raakten, verslechterde de toestand van de patiënt vaak.

Van cupping werd ook gedacht dat het overtollige lichaamshumor verwijderde, maar deze behandeling was iets minder gevaarlijk. Een speciaal gevormd glas werd verwarmd en op de huid aangebracht. Het vacuüm gecreëerd door de glaskoeling moest schadelijke stoffen afzuigen, deze methode werd dus ook gebruikt na overmatig alcoholgebruik.

Zuivering werd gebruikt voor aandoeningen van de maag en het spijsverteringskanaal. Emetica of clysters werden toegediend, waardoor het lichaam werd gereinigd en het welzijn werd hersteld.

In badhuizen werden activiteiten als baden en zweten, transpireren en ventileren gezien als sociale gebeurtenissen.


Kruiden en de eigenschappen van planten

Een van de meest populaire medische teksten om te overleven uit deze post-Rome periode zijn die met op planten gebaseerde remedies, gezamenlijk bekend als kruiden. Kruiden beschrijven de eigenschappen van verschillende planten en hun gebruik, met name medicinale. De beroemdste kruidenauteur was de Griekse arts Dioscorides (geb. C. 40, ged. 90), die actief was in de 1e eeuw. Het werk van Dioscorides werd in Europa bekend als de Herbarium, het woord voor &lsquoherbal&rsquo in het Latijn. Een andere populaire kruidentekst in de vroege middeleeuwen was een bewerking van de Herbarium toegeschreven aan een overigens onbekende laat-antieke auteur genaamd Pseudo-Apuleius. Pseudo-Apuleius's kruiden werden vaak gecombineerd met andere verhandelingen, waaronder geneesmiddelen die uit dieren konden worden gehaald, om te vormen wat tegenwoordig bekend staat als het Pseudo-Apuleius-complex.

Dioscoriden, Liber de virtutibus herbarium

Een vroege vertaling van de Herbarium van Dioscorides (BnF, Latijn 12995, f. 4r)


Geneeskunde, diagnose en behandeling in de middeleeuwen

De meeste middeleeuwse ideeën over geneeskunde waren gebaseerd op die van het oude werk, namelijk het werk van de Griekse artsen Galenus (129 – 216) en Hippocrates (460 v. Chr. & 8211 370 v.Chr.). Hun ideeën schetsten een theorie van het menselijk lichaam met betrekking tot de vier elementen (aarde, lucht, vuur en water) en tot vier lichaamsgeuren (bloed, slijm, gele gal en zwarte gal). Men geloofde dat de gezondheid kon worden behouden of hersteld door het balanceren van de humeuren, en door het reguleren van lucht, voeding, lichaamsbeweging, slaap, evacuatie en emotie. Artsen adviseerden ook vaak riskante invasieve procedures zoals aderlating.

Medische kennis uit de antieke theorie was grotendeels beperkt tot kloosters en hoogopgeleiden. Voor gewone mensen, vooral die buiten de steden, zou het moeilijk zijn om toegang te krijgen tot professionele beoefenaars. Degenen die medische hulp nodig hebben, kunnen in plaats daarvan terecht bij lokale mensen met medische kennis, afgeleid van volkstradities en praktische ervaring.

Guild-Book of the Barber-Chirurgen van de stad York

In de Middeleeuwen waren kappers niet alleen verantwoordelijk voor het knippen van haar (om luizen te verwijderen), maar ook voor operaties zoals het trekken van tanden en amputaties. In Engeland werd pas in 1745 een apart chirurgijnsgilde opgericht, los van het kappersgilde. Dit manuscript is aan het eind van de 15e eeuw gemaakt voor leden van de Guild of Barber Surgeons in York en laat zien hoe in de middeleeuwen medische kennis en praktijk werd beïnvloed door religie en astrologie.

Verdeeld in twee delen is het de laatste die de medische en astrologische tekeningen en diagrammen omvat, waaronder die van de Ader Man, de Dierenriem Man, de Vier Humeuren en een cirkelvormige dierenriemkaart, bekend als een volvelle, met bewegende delen. De volvelle zou zijn gebruikt om de beste tijd te voorspellen om medische behandeling te geven en tegen het einde van de jaren 1500 zouden artsen het volgens de wet gebruiken om de positie van de maan te berekenen voordat ze een operatie uitvoerden. Het succes van medische behandeling werd ook beschouwd als afhankelijk van de hulp van religieuze heiligen: de volvelle hier wordt omringd door Johannes de Doper, Johannes de Evangelist en de heiligen Cosmas en Damian, de patroonheiligen van artsen en chirurgie.

In de middeleeuwen dacht men dat de vier humeuren lichaamsvloeistoffen waren die de gezondheid van een persoon aantasten: bloed, slijm, zwarte gal en gele gal. In de afbeelding is elk van de vier gemoedstoestanden gepersonifieerd en afgebeeld rond de centrale afbeelding van het hoofd van Christus. Elk is mannelijk en wordt geïdentificeerd door bijschriften die overeenkomen met de vloeistoffen: Melancholie, Sanguinisch, Flegmatisch en Cholerisch.

De tekening van de dierenriemman, met het label 'Homo signorum', toont delen van het lichaam die zijn gekoppeld aan hun heersende dierenriemsymbolen. Hier kunnen we zien dat Vissen wordt geassocieerd met de voeten, Maagd met de buik en Stier met de nek.

De sterren en planeten

Middeleeuwse astrologen geloofden dat de bewegingen van de sterren tal van dingen op aarde beïnvloedden, van het weer en de groei van gewassen tot de persoonlijkheden van pasgeboren baby's en de innerlijke werking van het menselijk lichaam. Artsen droegen vaak speciale almanakken (of kalenders) met geïllustreerde sterrenkaarten bij zich, zodat ze de positie van de sterren konden controleren voordat ze een diagnose konden stellen. Veel van deze almanakken bevatten illustraties, die helpen om gecompliceerde ideeën aan patiënten uit te leggen. De afbeelding hieronder toont een 'sterrenbeeldman' uit een van deze almanakken uit 1399. Het diagram was bedoeld om uit te leggen hoe de astrologische formaties (of sterrenbeelden) over elk deel van het lichaam heersen. De wijzende vinger van de man dient als waarschuwing tegen de krachtige krachten van de sterren.

Oude studies over astrologie werden in de 12e en 13e eeuw van het Arabisch in het Latijn vertaald en werden al snel onderdeel van de dagelijkse medische praktijk in Europa. Tegen het einde van de 16e eeuw waren artsen in heel Europa wettelijk verplicht om de positie van de maan te berekenen voordat ze gecompliceerde medische procedures, zoals een operatie of bloeding, uitvoerden.

Tekening van een microkosmische man, uit een medische verhandeling

Dit cirkelvormige diagram van een microkosmische man, of dierenriemman, laat zien hoe astrologie verschillende delen van een menselijk lichaam beïnvloedt. Middeleeuwse artsen zouden deze kennis gebruiken om de beste tijd te bepalen om middeleeuwse behandelingen uit te voeren. Tegen het einde van de 16e eeuw moesten artsen volgens de wet de positie van de maan berekenen voordat ze een operatie uitvoerden.

Een diagram dat bekend staat als de ‘sterrenbeeld man’8217 legde het juiste sterrenbeeld op lichaamsdelen in een manuscript dat eigendom was van de Barber Surgeons of York. Dit diagram staat tegenover een cirkelvormig wiel gemarkeerd met astrologische gegevens en uitgerust met een bewegende aanwijzer volvelle) zodat de arts de gegevens kon afstemmen op de stand van de zon en de maan.

Guild-Book of the Barber-Chirurgen van de stad York

Urine onderzoeken

Een van de belangrijkste manieren waarop een arts een diagnose van ziekte zou stellen, was door ontlasting, bloed en vooral urine te onderzoeken: artsen werden vaak afgebeeld op afbeeldingen die een fles urine tegen het licht hielden.

Gehistorieerde initiaal van een arts die urineonderzoek doceerde aan studenten, uit de Prognosticon van Hippocrates 8217

Artsen diagnosticeerden vaak ziekten door urine te onderzoeken en kregen te horen dat dit zou aantonen dat het lichaam uit balans was, volgens de theorie van de vier humeuren. Deze middeleeuwse benadering van ziekte, oorspronkelijk ontwikkeld door de oude Griekse artsen Hippocrates en Galenus, stelde dat ziekte werd veroorzaakt wanneer een van de vier lichaamsvloeistoffen (of humeuren), namelijk bloed, slijm, zwarte gal en gele gal, uit balans raakte.

Sommige medische verhandelingen bevatten illustraties die urine in verschillende tinten laten zien, wat de arts helpt bij zijn diagnose.

Tekeningen van glazen met urine van verschillende tinten, uit een medische verhandeling

Afbeeldingen zoals deze, die glazen met verschillende kleuren urine tonen, zouden door middeleeuwse artsen zijn gebruikt om ziekte te diagnosticeren. Naast de kleur controleerden artsen de geur en zelfs de smaak om vast te stellen of het lichaam uit balans was, volgens de theorie van de vier humeuren. Deze middeleeuwse benadering van ziekte, oorspronkelijk ontwikkeld door de oude Griekse artsen Hippocrates en Galenus, stelde dat ziekte werd veroorzaakt wanneer een van de vier lichaamsvloeistoffen (of humeuren), namelijk bloed, slijm, zwarte gal en gele gal, uit balans raakte.

Wonden, breuken en laesies

Een ander medisch aandachtspunt was de behandeling van wonden, breuken en laesies, waarin de chirurg gespecialiseerd was. Een geïllustreerde verhandeling demonstreert een procedure voor een schedelbreuk, die vergezeld gaat van een verhaal over het leven van Christus. Deze nevenschikking kan wijzen op de noodzaak van goddelijke hulp voor zowel chirurg als patiënt. Hoewel het onmogelijk is om het succespercentage van dergelijke ingrepen te bepalen, toont het voortbestaan ​​van middeleeuwse schedels met bot dat na de behandeling van een verwonding aan elkaar is gebreid, aan dat zelfs traumatische hoofdwonden niet altijd dodelijk waren.

Paginagrote miniatuur van chirurgische ingrepen, van Roger Frugard van Parma's Chirurgia

Terwijl de eerste drie van deze negen illustraties betrekking hebben op de aankondiging en de geboorte van Christus, laten de overige zes afbeeldingen zien hoe een beschadigde of gebroken schedel kan worden gerepareerd door middel van een operatie, wat duidelijk de verwevenheid van geneeskunde en religie laat zien.

John Arderne (ca. 1307 - – 77), een Engelse chirurg, schreef medische werken over onderwerpen als de behandeling van ogen en de genezing van anale fistels, die beide op grote schaal circuleerden. De werken van Arderne zijn in een aantal opzichten fascinerend, niet in de laatste plaats het feit dat illustraties er een integraal onderdeel van zijn.

Puttend uit de medische verhandeling van John Arderne

Medische verhandelingen, zoals dit werk van de Engelse chirurg John Arderne, verschaften geïllustreerde kennis van ziekten en geneeswijzen die op grote schaal zou zijn verspreid. Onderwerpen die in de verhandeling aan bod komen variëren van de behandeling van de ogen tot de genezing van anale fistels. Dit manuscript is een belangrijk voorbeeld van het gecombineerde gebruik van tekst en beeld om medische procedures uit te leggen en kan worden gezien als een vroeg medisch leerboek.

Geneeskunde en de kerk

In middeleeuws Europa opereerde de geneeskunde over het algemeen binnen de context van de christelijke kerk. Ziekenhuizen die voor ouderen en zieken zorgden, werden vaak gerund door religieuze orden, die ziekenboegjes voor hun eigen leden konden onderhouden en ziekenhuizen voor anderen konden exploiteren. Waar professionele geneeskunde niet kon helpen, wendden de gelovigen zich vaak tot heiligen en bezochten ze de heiligdommen van heiligen in de hoop op wonderbaarlijke genezingen. De ramen van de Trinity Chapel in de kathedraal van Canterbury, voltooid ca. 1220, tonen in sommige scènes pelgrims die lijden aan ziekte, verwonding en zelfs waanzin die naar het heiligdom van Thomas Becket 8217 stromen, artsen met urineflessen wenden zich wanhopig af, niet in staat om de genezing te evenaren kracht van de heilige.

Occulte genezing

De zieken kunnen zich ook tot het occulte hebben gewend: de scheidslijn tussen magie en geneeskunde is niet altijd duidelijk in middeleeuwse bronnen, en veel artsen gebruikten occulte kennis om de zieken te genezen, hetzij op natuurlijke wijze (met behulp van bijvoorbeeld kruiden om te behandelen of ziekte te voorkomen of gevaar af te weren) of het gebruik van demonische magie, die probeerde duivelse krachten te gebruiken om in te grijpen in menselijke aangelegenheden.


Geneeskunde in de Middeleeuwen

Leren is een continu proces en door nieuwe ontdekkingen en uitvindingen verbreden we elke dag onze horizon van kennis. Door de geschiedenis heen heeft de mens de wereld verlicht met kunst, wetenschap en filosofie en heeft hij ook het vermogen gekregen om verschillende hulpmiddelen voor zijn overleving uit te vinden en te ontdekken. Een van de krachtigste ontdekkingen die ooit zijn gedaan, is de kennis van de geneeskunde. Hoewel de geschiedenis van de geneeskunde terug te voeren is tot de primitieve tijd, is de geneeskunde als een gespecialiseerd studiegebied pas in de middeleeuwen verdwenen. Gebaseerd op Griekse en oosterse principes, verfraaide de Europese geneeskunde met de ontdekkingen van de middeleeuwen en legde de basis voor de hedendaagse geneeskunde.

De Heptameron van Marguerite de Navarre is een weergave van de Franse samenleving in de middeleeuwen. In de verhalen heeft ze verschillende sociale en culturele normen van die tijd verbeeld. Haar inzicht in de medische wetenschap die in de middeleeuwen in Frankrijk werd beoefend, is vrij duidelijk. Hoewel het belang van geneeskunde als specialiteit onder de intellectuelen van Parijs werd erkend, bleef de invloed van de kerk een kanaal voor haar vooruitgang. Hoewel de suprematie van bovennatuurlijk over natuurlijk duidelijk was, werd een duidelijke implicatie vastgesteld dat de natuurlijke en bovennatuurlijke wereld gescheiden, zo niet onafhankelijk waren. (Geneeskunde, een geïllustreerde geschiedenis. Lyons, S. Albert. M.D., F.A.C.S en Petrucelli II, R.Joseph. M.D.) Het resultaat dat we zien, is een samensmelting van medische wetenschap, mystiek en religie in het middeleeuwse Frankrijk.

Behandelingen waren gebaseerd op het onderliggende principe van humors. (Vier verschillende lichaamsvloeistoffen) Oude fysiologen geloofden dat het lichaam altijd een balans van deze lichaamsvochten moet hebben, want onbalans zal kwalen veroorzaken. De diagnose was gebaseerd op onderzoek van bloedmonsters en ook kleuren van huid, urine en ontlasting. Kruidengeneesmiddelen en bloedvergieten waren heel gewoon.

Medische behandeling door opgeleide artsen was zeldzaam en erg duur, waardoor de eliteklasse het zich alleen kon veroorloven. De onzekerheid en onbeschikbaarheid van academische behandeling liet de algemene bevolking geen andere keuze dan zich te wenden tot bepaalde charmes, speciale gebeden en specifieke christelijke rituelen. Het dertiende-eeuwse Parijs had slechts een half dozijn artsen in dienst bij de overheid, met weinig tijd om aan individuele patiënten te besteden. (Medicijnen, een geïllustreerde geschiedenis. Lyons, S. Albert. MD, FACS en Petrucelli II, R. Joseph. MD) De uitoefening van de geneeskunde was niet beperkt tot een bepaalde sekte van mensen, maar geestelijken en leken, mannen en vrouwen waren allemaal in staat om geneeskunde uitoefenen.

Er was geen duidelijk onderscheid tussen een arts en een apotheker (apotheker). De arts bereidde en verstrekte vaak medicijnen naast het beoefenen van medicijnen. En apothekers hielden zich vaak bezig met de medische praktijk, evenals met bereiding en uitgifte. Uit de verhalen in heptameron blijkt duidelijk dat de medicijnen die door apothekers worden gemaakt soms zeer dodelijk kunnen zijn omdat ze niet over de juiste kennis beschikten. Ook persoonlijke hygiëne was geen belangrijke factor voor een apotheker, alleen wonen de gewone mensen.

Dieet werd als uiterst belangrijk beschouwd bij de behandeling van ziekten en voorschriften zouden de kleinste details voor allerlei aandoeningen dekken. De grootste algemene afhankelijkheid werd gelegd op bouillon, melk en eieren. (Geneeskunde, een geïllustreerde geschiedenis. Lyons, S. Albert. M.D., F.A.C.S en Petrucelli II, R.Joseph. M.D.) Tegenwoordig wordt het belang van voeding in de medische wetenschap uitgebreid gevoeld. Voeding als een speciale tak van studie is naar voren gekomen. Diëtisten en voedingsdeskundigen zijn er om artsen te helpen bij de behandeling van patiënten die speciale diëten nodig hebben. Drugs waren de belangrijkste vorm van behandeling in de middeleeuwen. Planten en kruiden werden gebruikt bij de bereiding van digestieven, laxeermiddelen, emetica, diuretica, diaforetica, bloedstelpende middelen enz. Geneesmiddelen blijven tegenwoordig de belangrijkste vorm van behandelingen, maar met de geavanceerde technologie is farmacologie een van de toonaangevende bedrijven geworden. (Geneeskunde, een geïllustreerde geschiedenis. Lyons, S. Albert. M.D., F.A.C.S en Petrucelli II, R.Joseph. M.D.)
Chirurgie was een laatste redmiddel geadviseerd door een arts, maar het was ook alleen toegankelijk voor de rijken. Het was bekend dat chirurgie succesvol was in gevallen van fistels, aambeien, gangreen en cataracten. Aderlaten was een van de meest voorkomende vormen van chirurgie en werd aanbevolen voor koorts, ontstekingen en een verscheidenheid aan ziektetoestanden en ironisch genoeg ook voor bloedingen. Tijdens de middeleeuwen waren er drie hoofdmethoden voor aderlaten: uitlogen, aderlating en cupping. Onder deze wordt uitlogen nog steeds gebruikt, hoewel door sommige artsen zeldzaam als een medische procedure. Bloedzuigers helpen weefselcongestie te verminderen waar arteriële invoer wordt gehandhaafd, maar de veneuze terugkeer wordt geblokkeerd of vertraagde bloedzuigers werken als een extra ader om een ​​gevaarlijke ophoping van bloed te verlichten. Als gevolg hiervan vindt bloedzuigertherapie zijn weg naar tal van reconstructieve operaties, zoals het opnieuw bevestigen van vingers en ledematen, huidtransplantatieprocedures, hoofdhuidavulsies en borstoperaties en zelfs tot een effectieve behandeling van periorbitale hematomen. Anesthesie en pijnstillers waren beschikbaar, maar sommige van de gebruikte drankjes waren op zichzelf al dodelijk. Het hemlock-sap werd bijvoorbeeld gebruikt en het kon gemakkelijk de dood veroorzaken.

De ziekten die in de middeleeuwen veel voorkwamen waren dysenterie, geelzucht, longontsteking, griep en verkoudheid. Dit kan grotendeels worden toegeschreven aan de leefomstandigheden van die tijd. Plattelandsmensen leefden grotendeels in een eenkamerstructuur met een centrale haard of haard en een centraal dak met een kleine opening waardoor een deel van de rook kon ontsnappen. Huizen waren donker, vochtig en koud, met een minimum aan zonlicht en een slechte luchtcirculatie, een perfecte broedplaats voor ziektekiemen en bacteriën. De klimatologische omstandigheden en levensstijl van die tijd zonder goede voorzieningen droegen ook bij aan het gebrek aan persoonlijke hygiëne. Het escaleerde verder met de bevolkingsgroei in de steden. Kennis van ziektekiemen en bacteriën was niet beschikbaar en antibiotica werden uitgevonden tot de jaren 1800. vrij algemeen. Mede door een gebrek aan geavanceerde technieken stierven patiënten vaak als gevolg van overmatig bloedverlies na een operatie. Tegenwoordig wordt persoonlijke hygiëne beschouwd als een sleutelfactor voor een ziektevrij leven.

Met de nieuwste beschikbare technologieën is de kindersterfte afgenomen en is de levensduur van mensen enorm toegenomen in vergelijking met de middeleeuwen. Aangezien we profiteren van de geavanceerde technologieën van de medische wetenschap, is het absoluut noodzakelijk dat we de bijdrage van onze voorgangers erkennen. Waar we vandaag van genieten zijn de vruchten van de bomen waarvan de zaden werden geplant door onze voorouders.


10 middeleeuwse behandelingen, bizarre geneeskunde in de middeleeuwen

De medische wetenschap heeft een lange geschiedenis van het uitproberen van geneeswijzen die ons later gek lijken. Wat zijn de gekste medische praktijken uit de hele menselijke geschiedenis? Krijg de feiten over tien onconventionele behandelingen en bizarre medicijnen in de middeleeuwen, zoals voorgeschreven door de artsen van de geschiedenis.

Hemiglossectomie, tongsnijden

Wat is de beste behandeling voor stotteren? Wel, we volgen wat medicijnen, therapie en counseling. Maar in de 18e en 19e eeuw volgen artsen een totaal andere behandeling, ze snijden de helft van de stottertong af, deze behandeling heet hemiglossectomie. Vaak wordt deze bizarre behandeling vandaag de dag nog steeds gebruikt, maar alleen om mondkanker te behandelen.

Hemiglossectomie, tongsnijden

Kwik om syfilis te behandelen, bizarre geneeskunde in de middeleeuwen

Zoals we weten, is kwik zo giftig als de hel, maar tot het begin van de 20e eeuw was de beste behandeling van de meeste artsen het toedienen van levensbedreigend kwik aan patiënten, dat werd gebruikt als een populair medicijn voor seksueel overdraagbare aandoeningen, syfilis. Bijwerkingen van deze behandeling zijn zweren, tandverlies, neurologische schade of patiënten stierven vaak aan lever- en nierschade veroorzaakt door kwikvergiftiging.

Kwik om syfilis te behandelen

Scheten in een pot

In de Middeleeuwen geloofden sommige doktoren dat 'achtige geneeswijzen als'. Dus tijdens de Zwarte Dood, waarvan werd gedacht dat het werd veroorzaakt door dodelijke dampen, moedigden sommige artsen mensen aan om hun scheten in potten te verzegelen en de potten te openen wanneer de pest de stad trof. Ach, wat een middeleeuwse logica.


Een melaatse smekend om aalmoezen uit de marge van een Engels Pontifical c 1425 MS Lansdowne 451, fo 127r
© Britse bibliotheek

In middeleeuws Engeland, de ‘lepre'8217, de ‘blynde'8217, de ‘dumbe'8217, de ‘deaff'8217, de ‘natural fool'8217, de ‘creple'8217, de &# 8216lame'8217 en de '8216lunatick'8217 waren een zeer zichtbare aanwezigheid in het dagelijks leven. Mensen konden geboren worden met een handicap, of werden gehandicapt door ziekten zoals lepra, of jarenlang slopend werk. Dit verhaal wordt verteld door English Heritage in een gloednieuwe bron: A History of Disability: from 1050 to the Present Day:

'De houding ten opzichte van handicaps was gemengd. Mensen dachten dat het een straf was voor zonde, of het resultaat van geboren zijn onder de vijandige invloed van de planeet Saturnus. Anderen geloofden dat gehandicapte mensen dichter bij God stonden 'ze leden op aarde in het vagevuur in plaats van na de dood en zouden eerder naar de hemel gaan', wordt ons verteld in de tekst, die verder gaat:

“Er was geen staatsvoorziening voor mensen met een handicap. De meesten woonden en werkten in hun gemeenschap, ondersteund door familie en vrienden. Als ze niet konden werken, zou hun stad of dorp hen kunnen ondersteunen, maar soms namen mensen hun toevlucht tot bedelen. Ze werden voornamelijk verzorgd door monniken en nonnen die als christelijke plicht pelgrims en vreemdelingen onderdak gaven.

De zorg voor zieken en gehandicapten was gebaseerd op de leerstellingen van de kerk. De monniken en nonnen volgden de zeven 'comfortabele werken' die betrekking hadden op het voeden, kleden en huisvesten van de armen, hen bezoeken in de gevangenis of ziek, het aanbieden van drank aan de dorstigen en de begrafenis. De zeven 'geestelijke werken' omvatten raad en troost voor de zieken.'8221

Elk van deze thema's wordt in detail onderzocht met links naar middeleeuws erfgoed dat getuigt van de zorg voor gehandicapten in een tijd waarin geld, kennis en middelen ontbraken.

De eerste ziekenhuizen

In deze periode ontstonden landelijke netwerken van ziekenhuizen in (of nabij) religieuze instellingen. Er kwamen gespecialiseerde ziekenhuizen voor lepra, blindheid en lichamelijke handicaps. De eerste psychiatrische inrichting van Engeland, later bekend als '8216Bedlam'8217, was oorspronkelijk het ziekenhuis van Bethlehem in de City of London. Tegelijkertijd werden hofjes gesticht om gehandicapten en bejaarde zieken een ondersteunende plaats te bieden.

Veel van de gebouwen zijn in verval geraakt of vernietigd tijdens de ontbinding van de kloosters door Hendrik VIII in de jaren 1530. Sommige zijn echter bewaard gebleven, waaronder de oudste, St. Nicholas Harbledown in Canterbury, Kent (1070s) St Mary Magdalene in Stourbridge nabij Cambridge St Mary & St Margaret in Sprowston, Norwich, Norfolk en het ziekenhuis van St Mary the Virgin in Ilford, Greater London. Anderen overleven als ruïnes of archeologische vindplaatsen.

Handelen voor zichzelf

We weten dat gehandicapten te voet pelgrimstochten maakten naar heilige plaatsen zoals het heiligdom van Thomas Becket in Canterbury, op zoek naar genezing of verlichting. Soms moesten gehandicapten strijden tegen onrecht. In 1297 kwamen de bewoners van het leprahuis in het Norfolkse dorp West Somerton in opstand tegen de stelende abt en zijn mannen, plunderden en sloopten de gebouwen en doodden de waakhond.

De middeleeuwse erfenis

De mensen, religieuze instellingen en dorpen en steden van de middeleeuwse periode waren pioniers op het gebied van het verstrekken van een gespecialiseerde reactie op handicaps. Er is nog maar een klein aantal van hun gebouwen over, maar in de komende 500 jaar zou hun vroege professionele aanpak zich uiteindelijk ontwikkelen tot ons moderne systeem van openbare diensten.

BRON:

Een geschiedenis van handicap: van 1050 tot heden. De bron is gekoppeld aan een reeks gebouwen die verband houden met de zorg voor zieken en gehandicapten.

LEES VERDER:

Handicap in de Middeleeuwen

Door Joshua R. Eyler
Ashgate 2010
ISBN-10: 0754668223
ISBN-13: 978-0754668220

Wat bedoelen we als we het hebben over handicaps in de middeleeuwen? Dit boek brengt dynamische wetenschappers samen die werken aan het onderwerp in de middeleeuwse literatuur en geschiedenis, die de nieuwste benaderingen uit het veld gebruiken om deze centrale vraag te beantwoorden. Medewerkers bespreken dergelijke standaard middeleeuwse teksten als de “Arthurian Legend'8221, “The Canterbury Tales'8221 en “Old Norse Sagas'8221, waarmee ze een toegankelijke instap in het veld van middeleeuwse handicapstudies bieden voor mediëvisten in het algemeen. The essays explore a wide variety of disabilities, including the more traditionally accepted classifications of blindness and deafness, as well as perceived disabilities such as madness, pregnancy and age. Adopting a ground-breaking new approach to the study of disability in the medieval period, this provocative book will be a must-read for medievalists and scholars of disability throughout history.

Disability in Medieval Europe: Thinking about Physical Impairment in the High Middle Ages, c.1100-c.1400

Series: Routledge Studies in Medieval Religion and Culture
by Irina Metzler
Routledge 2006
ISBN-10: 0415582040
ISBN-13: 978-0415582049

This impressive volume presents a thorough examination of all aspects of physical impairment and disability in medieval Europe. Examining a popular era that is of great interest to many historians and researchers, Irene Metzler presents a theoretical framework of disability and explores key areas such as: medieval theoretical concepts, theology and natural philosophy, notions of the physical body, medical theory and practice.

Bringing into play the modern day implications of medieval thought on the issue, this is a fascinating and informative addition to the research studies of medieval history, history of medicine and disability studies scholars the English-speaking world over.

On the Margins of a Minority: Leprosy, Madness, and Disability among the Jews of Medieval Europe

By Ephraim Shoham-Steiner (Author), Haim Watzman (Translator)
Wayne State University Press (June 1, 2014)
ISBN-10: 081433931X
ISBN-13: 978-0814339312

In medieval Europe, the much larger Christian population regarded Jews as their inferiors, but how did both Christians and Jews feel about those who were marginalized within the Ashkenazi Jewish community? In On the Margins of a Minority: Leprosy, Madness, and Disability among the Jews of Medieval Europe, author Ephraim Shoham-Steiner explores the life and plight of three of these groups. Shoham-Steiner draws on a wide variety of late-tenth- to fifteenth-century material from both internal (Jewish) as well as external (non-Jewish) sources to reconstruct social attitudes toward these “others,” including lepers, madmen, and the physically impaired. Shoham-Steiner considers how the outsiders were treated by their respective communities, while also maintaining a delicate balance with the surrounding non-Jewish community.

On the Margins of a Minority is structured in three pairs of chapters addressing each of these three marginal groups. The first pair deals with the moral attitude toward leprosy and its sufferers the second with the manifestations of madness and its causes as seen by medieval men and women, and the effect these signs had on the treatment of the insane the third with impaired and disabled individuals, including those with limited mobility, manual dysfunction, deafness, and blindness. Shoham-Steiner also addresses questions of the religious meaning of impairment in light of religious conceptions of the ideal body. He concludes with a bibliography of sources and studies that informed the research, including useful midrashic, exegetical, homiletic, ethical, and guidance literature, and texts from responsa and halakhic rulings.

Understanding and exploring attitudes toward groups and individuals considered “other” by mainstream society provides us with information about marginalized groups, as well as the inner social mechanisms at work in a larger society. On the Margins of a Minority will appeal to scholars of Jewish medieval history as well as readers interested in the growing field of disability studies.

Disability and Medieval Law: History, Literature, Society

By Cory James Rushton
Cambridge Scholars Publishing 2013
ISBN-10: 1443849731
ISBN-13: 978-1443849739

Disability and Medieval Law: History, Literature and Society is an intervention in the growing and complex field of medieval disability studies. The size of the field and the complexity of the subject lend themselves to the use of case studies: how a particular author imagines an injury, how a particular legal code deals with (and sometimes creates) injury to the human body. While many studies have fruitfully insisted on theoretical approaches, Disability and Medieval Law considers how medieval societies directly dealt with crime, punishment, oath-taking, and mental illness. When did medieval law take disability into account in setting punishment or responsibility? When did medieval law choose to cause disabilities? How did medieval authors use disability to discuss not only law, but social relationships and the nature of the human? The volume includes essays on topics as diverse as Francis of Assissi, Margery Kempe, La Manekine, Geoffrey Chaucer, early medieval law codes, and the definition of mental illness in English legal records, by Irina Metzler, Wendy J. Turner, Amanda Hopkins, Donna Trembinski, Marian Lupo and Cory James Rushton.

Difference and Disability in the Medieval Islamic World: Blighted Bodies

By Kristina Richardson
Edinburgh University Press Reprint edition 2014
ISBN-10: 0748695885
ISBN-13: 978-0748695881

Medieval Arab notions of physical difference can feel singularly arresting for modern audiences. Did you know that blue eyes, baldness, bad breath and boils were all considered bodily ‘blights’, as were cross eyes, lameness and deafness? What assumptions about bodies influenced this particular vision of physical difference? How did blighted people view their own bodies? Through close analyses of anecdotes, personal letters, (auto)biographies, erotic poetry, non-binding legal opinions, diaristic chronicles and theological tracts, the cultural views and experiences of disability and difference in the medieval Islamic world are brought to life.

Stumbling Blocks Before the Blind: Medieval Constructions of a Disability

by Edward Wheatley
Series: Corporealities: Discourses of Disability
University of Michigan Press 2010
ISBN-10: 0472117203
ISBN-13: 978-0472117208

Stumbling Blocks Before the Blind presents the first comprehensive exploration of a disability in the Middle Ages, drawing on the literature, history, art history, and religious discourse of England and France. It relates current theories of disability to the cultural and institutional constructions of blindness in the eleventh through fifteenth centuries, examining the surprising differences in the treatment of blind people and the responses to blindness in these two countries. The book shows that pernicious attitudes about blindness were partially offset by innovations and ameliorations—social literary and, to an extent, medical—that began to foster a fuller understanding and acceptance of blindness.

A number of practices and institutions in France, both positive and negative—blinding as punishment, the foundation of hospices for the blind, and some medical treatment—resulted in not only attitudes that commodified human sight but also inhumane satire against the blind in French literature, both secular and religious. Anglo-Saxon and later medieval England differed markedly in all three of these areas, and the less prominent position of blind people in society resulted in noticeably fewer cruel representations in literature.

This book will interest students of literature, history, art history, and religion because it will provide clear contexts for considering any medieval artifact relating to blindness—a literary text, a historical document, a theological treatise, or a work of art. For some readers, the book will serve as an introduction to the field of disability studies, an area of increasing interest both within and outside of the academy.

Edward Wheatley is Surtz Professor of Medieval Literature at Loyola University, Chicago.

Women and Disability in Medieval Literature

New Middle Ages
by Tory Vandeventer Pearman
Palgrave 2010
ISBN 9780230105119

This book serves as the first in its field to analyze how disability and gender both thematically and formally operate within late medieval popular literature. Reading romance, conduct manuals, and spiritual autobiography, the study proposes a “gendered model” for exploring the processes by which differences like gender and disability get coded as deviant

Leprosy in Medieval England

Carole Rawcliffe
Boydell Brewer Ltd, United Kingdom, 2009
ISBN 10: 1843834545
ISBN 13: 9781843834540

This is one of the most important publications for many years in the fields of medical, religious and social history. Rawcliffe s book completely overhauls our understanding of leprosy and contributes immensely to our knowledge of the English middle ages. This is a fascinating study that will be a seminal work in the history of leprosy for many years to come. Set firmly in the medical, religious and cultural milieu of the European Middle Ages, this book is the first serious, comprehensive study of a disease surrounded by misconceptions and prejudices. Even specialists will be surprised to learn that most of our stereotyped ideas about the segregation of medieval lepers originated in the nineteenth century that leprosy excited a vast range of responses, from admiration to revulsion that in the later Middle Ages it was diagnosed readily even by laity that a wide range of treatment was available, that medieval leper hospitals were no more austere than the monasteries on which they were modelled that the decline of leprosy was not monocausal but implied a complex web of factors – medical, environmental, social and legal. Written with consummate skill, subtlety and rigour, this book will change forever the image of the medieval leper. Carole Rawcliffe is Professor of Medieval History at the University of East Anglia.


10 of the Most Disgusting Jobs in History

[Photo credit: David Sidoux on Flickr] The 21st century certainly has its share of disgusting jobs, but in the times before mechanization, indoor plumbing, and electricity, our ancestors really bore the brunt of the literal dirty work. Here are 10 jobs found in Tony Robinson’s The Worst Jobs in History that are NSWE (not safe while eating).

1. Vomit collector. It’s a myth that the ancient Romans had dedicated rooms for regurgitating food, but it was common practice to vomit in order to consume more at the feast. Many individuals would throw up in special receptacles or simply on the floor to avoid interrupting the bacchanal. Of course, this required the services of a vomit collector who would clean it all up.

2. Leech collector. In the Middle Ages, medicine could barely be described as primitive, and methods such as bleeding were common practice for a multitude of medical ailments. One method of bleeding a patient called for applying leeches, which had to be collected from nearby ponds and bogs. A leech collector would simply wade into the water with bare legs and swish around until the dreaded creatures attached. They were then pulled off and dropped in a bucket to be sold to the town’s doctor, barber-surgeon, or other “medical professional.”

3. Fuller. Wool is a naturally waterproof material, thanks to the oils distributed through it from a sheep’s skin. This grease also was what made the harvesting, carding, spinning, and weaving processes run smoothly in the Middle Ages. But the cloth that resulted was coarse, had a wide mesh, and was easily frayed. To solve these problems, the grease had to be removed from the cloth with an alkaline solution, and the cheapest and most abundant alkaline solution at that time was stale urine. A fuller’s job was to place freshly woven lengths of wool cloth into a tub, pour in stale urine, and then stomp it with his or her feet. As if that weren’t bad enough, the urine used for this process came from multiple people — as many gallons were needed. Fullers had to collect it from public toilets and private homes. Have you ever been so grateful for modern chemistry?

4. Groom of the Stool. In the tradition of divine right — which placed kings on the level of gods — for centuries it was thought improper for a king to wipe his own bottom. Henry VIII was no exception, and the Groom of the Stool was a prestigious position assigned to a top-level aristocrat. Though prestigious, the job was humiliating. The groom was responsible for fetching the king’s toilet chair when needed, wiping his behind, and collecting his stool for examination and monitoring of his health. He also had the privilege of administering an enema should the king find himself constipated.

5. Violin string maker. Prior to the 17th century’s revolution in the technology of string-making for musical instruments, the industry was decidedly more disgusting. In order to make strings thick enough to play lower notes on a violin (which at the time had only three strings), the preferred method involved twisting strands of sheep innards together. String makers would have to butcher the sheep very carefully so as not to rupture the stomach or lower intestines and then spend painstaking hours trimming away fatty tissue, blood vessels, and muscle. Then the guts had to be soaked in a solution of wood ash to further clean them and constantly monitored so that they didn’t begin to rot. The innards were then thoroughly dried and twisted into bass strings.

6. Rat catcher. With rapid industrialization in the 19th century, cities became burgeoning hubs of filth and disease. Happily contributing to that were millions of rats. When the problem got out of hand in a certain household, the rat catcher was called in to sort things out. He rubbed oils of aniseed and thyme into his hands and clothing to attract rats, which he would try to catch with his bare hands. Most of these rats weren’t killed they were kept and sold as a tidy source of profit.

7. Match girl. “Matchmaker, matchmaker, make me a match…” — wait a minute! This isn’t the Russian shtetl, rather the factories of London (and there’s no yente involved). Manufacturing matches themselves wasn’t the disgusting part it consisted merely of dipping short sticks of wood into a phosphorous solution. The grossness happened after you’d been on the job for a few years. Inhaling the phosphorous caused an ailment known as “phossy jaw,” in which the gums began to abscess and give off a foul-smelling discharge. Eventually, the absorption of the phosphorous caused the women’s jaws to take on a eerie glow. The only known treatment was a harrowing operation to remove the jawbone.

8. Bone grubber. Victorian cities had a vast scavenging economy, and the bone grubber fell somewhere in the middle of it. These workers would scavenge rotting bones from butchers, garbage piles, and stockyards and sell them to dealers. Some of the bones would eventually be made into toothbrush handles, children’s teething rings, and other personal items. What couldn’t be sold were boiled down for soapmaking, and the remainder were ground into fertilizer.

9. Mudlark. At the bottom of the Victorian scavenging economy was the mudlark, a person who walked the river banks collecting bits of anything overlooked by other scavengers. These people toiled in extreme poverty, often barefoot, in the freezing water of a city’s rivers. There was no telling what they might find bits of metal, bone, or cloth could be sold to other scavengers. Dead bodies, human excrement, and rotting fish were occupational hazards.


Medical Treatment in the Middle Ages - History

“If it be a poor man”: medieval medical treatment for the rich and poor

Erin Connelly
Philadelphia, Pennsylvania, United States

Urine Wheel,” Almanack, Free Library of Philadelphia –
The Rosenbach, MS 1004/29, fol. 9 C (York, England, 1364),
courtesy of Bibliotheca Philadelphiensis. OPenn Repository

Great disparities in wealth and differences in access to healthcare between the top and bottom of society are hardly new experiences in human history. 1-4 Even before the Hippocratic Oath was standardized, there were various versions of professional codes of ethics and behavior toward the financial status of patients among medical practitioners. Many medieval medical texts set out the desired character traits of a good medical practitioner, especially as pertains to surgeons, with instructions on how to navigate payment depending on the patient’s situation. In a chapter on the qualities and etiquette expected of a surgeon, a Middle English translation of a text by Lanfranco of Milan advises the surgeon to “help the poor as much as possible and seek proper payment from wealthy patients.” 5 This concept is echoed in the writings of the influential medieval French surgeon, Henri de Mondeville: “I repeat that the surgeon ought to charge the rich as much as possible and to get all he can out of them, provided that he does all he can to cure the poor.” 6 A fifteenth-century Middle English translation of John Arderne (of Nottinghamshire) contains a lengthy opening statement about the key character traits of a good surgeon, including honesty, cleanliness, sobriety, charity to the poor, a good relationship with colleagues, and confidentiality. 7 Composed just beyond the medieval period in 1566, the laws and ordinances developed by the London Company of Barber-Surgeons ordered that members “shall go to the poor as well as to the rich.” 8 Concern for the medical needs of the poor is one of the main virtues for medical practitioners described in these early texts. However, in both historical and modern practice it is one matter to pronounce an oath to patient care in light of financial burdens, and another matter to deliver on those commitments when it comes to the complexities of medical treatments. Using the Middle English medical text Lylye of Medicynes as a starting point, it is possible to begin to build a picture of differences in recommended treatment plans based on a patient’s financial situation. In de Lylye, differences in treatment for the rich and the poor are mentioned more frequently than differences in treating men and women or in treating children and adults.

De Lylye of Medicynes is a significant fifteenth-century Middle English translation of a Latin medical text, the Lilium Medicinae, which was written in the early fourteenth century by Bernard of Gordon, a highly-respected medical doctor and lecturer in the medical school of Montpellier. His works were translated into multiple languages, included on the curriculums of medical schools throughout the medieval period, and appear in printed editions well into the early modern period. The Middle English Lylye contains hundreds of remedies, arranged in seven books, for diseases of the entire body and mind.

Phlebotomy Diagram,” Almanack, Free Library of Philadelphia – The Rosenbach, MS 1004/29, fol. 8 D (York, England, 1364), courtesy of Bibliotheca Philadelphiensis

Different treatments are not provided for every illness, but those in which differences are noted can be summarized into two categories: 1. chronic conditions, and 2. diseases associated with poverty. It is not surprising that differences in treatment are mentioned for chronic conditions, such as epilepsy and leprosy, where the ability to afford long-term treatment becomes problematic for a low-income person. Furthermore, these chronic conditions were considered next to impossible to cure and difficult to treat, except by using a diverse plan of remedies and ingredients. A rich person was provided with a wide range of options and expensive medications. For instance, in the case of leprosy (or various skin conditions with the characteristics of leprosy), a rich person was offered electuaries made with pearls (diamarciaton) or ambergris (diambre), while a poor person received electuaries made with rosemary (dianthos) or aloes (dianisum). 9 The valuable ambergris again was a recommended treatment for a rich person suffering from stomach pain/vomiting, while a poor person was limited to standard, readily available ingredients, such as mint. 10

Coughing and lice were conditions associated with poverty. In the case of coughing, the Lylye states: “poor men are much afflicted with this condition.” 11 For lice, the text says that it is a condition of poverty (or the result of a religious vow) and provides remedies without ever mentioning wealthy counterparts. 12 Many of the available medieval medicines seem to be beyond the reach of the poor. For instance, to cure coughing in a poor person, the text suggests breath control exercises, such as: “let him hold his breath often as much as it is possible” or “blow the fire often.” 13 These treatments were surely affordable, but perhaps not all that effective in treating the condition.

The differences in treatment reviewed here from a select medieval text largely have to do with accessibility to ingredient choice. To reflect back on the words of the medieval surgeons Lanfrank and De Mondeville, who advised practitioners to ensure receipt of payment from wealthy patients (even as means to recover losses from cases of charity), it does raise the question about ingredient efficacy and considerations of expense. For instance, in the case of stomach pain given as an example above, perhaps the infusion of mint recommended for the poor person may be enough to settle an upset stomach over the expensive ambergris recommended for the rich person suffering from the same condition. This also raises questions about the potential advantage of a placebo effect from receiving a fancy, expensive medicine, as opposed to a common plant. As well as the great advantage for a wealthy person of having access to a physician’s time and full arsenal of cures, especially in the case of a chronic condition. Is there an analogy or even an answer to be found in these medieval pages for current disparities in access to healthcare? The medieval physician’s voice of the Lylye of Medicynes, and other medical texts, makes it clear that treatments often are not straightforward. However, perhaps the historical advice for treating the afflicted poor is as true today as it was in medieval times: “the cure may be by changing of his life.” 14

Eindnoten

  1. Diego Alejo Vázquez Pimentel, Iñigo Macías Aymar, and Max Lawson, Reward Work, Not Wealth (Oxford: Oxfam GB, 2018), 2, DOI: 10.21201/2017.1350
  2. Steffie Woolhandler and David U. Himmelstein, “The Relationship of Health Insurance and Mortality: Is Lack of Insurance Deadly?” Annals of Internal Medicine, 167, no. 6 (June 2017): 424-431, DOI: 10.7326/M17-1403
  3. Karen Dunnell, Colin Blakemore, Steven Haberman, Klim McPherson, and John Pattison, Life Expectancy: Is the Socio-Economic Gap Narrowing? (Longevity Science Panel, February 2018), https://www.longevitypanel.co.uk/_files/LSP_Report.pdf
  4. “A Modern Hippocratic Oath by Dr. Louis Lasagna,” Association of American Physicians and Surgeons, Inc., http://www.aapsonline.org/ethics/oaths.htm
  5. “pore men helpe he be hys myght, & of ryche men seke he gode rewarde” in Lanfranco of Milan, Lanfrank’s Science of Chirurgie, red. Robert von Fleischhacker (EETS O.S. 102, 1894 Reprint, Millwood, N.Y.: Kraus, 1973), 9 the translation is my own
  6. Quoted in: John Arderne, Treatises of Fistula in Ano, Haemorrhoids, and Clysters by John Arderne from an Early Fifteenth-Century Manuscript Translation, red. D’Arcy Power (London: EETS O.S. 139, 1910), xxiv
  7. Arderne, Fistula in Ano, 4-8
  8. Sidney Young, Annals of the Barber-Surgeons of London (London: Blades, East & Blades, 1890), 182
  9. Lylye of Medicynes, Oxford Bodleian Library, MS Ashmole 1505, fol. 32r the Modern English translations and edited Middle English quotes are my own
  10. Lylye, fol. 203v
  11. “pore men havyþ myche þis pascioun,” Lylye, fol. 144v
  12. Lylye, fol. 56v
  13. “lete hym holde ofte his breþe as myche as it is possible” or “blowe þe fuyre ofte,” Lylye, fol. 144r
  14. “þe cure herof may be by chaungynge of hys lyf,” Lylye, fol. 56v

ERIN CONNELLY, PhD, is a former CLIR-Mellon Postdoctoral Fellow for Data Curation in Medieval Studies in the Schoenberg Institute for Manuscript Studies, University of Pennsylvania Libraries. She has a special interest in medieval medical texts and the relevance of medieval medicine for modern infections (ancientbiotics). Her doctoral project was the first edition of the fifteenth-century Middle English translation of Bernard of Gordon’s Lilium medicinae, de Lylye of Medicynes. She collaborates on a wide range of interdisciplinary projects


A History of Medieval Medical Science and the Treatment of Wounds

When one thinks of a culture from the past, we may think of it as “unsophisticated” when compared to our own. It’s very easy for those of us in the twenty-first century to look at the stomach-churning medical treatments that were available to medical practitioners of the Middle Ages. Leeches plumped-up with a patient’s blood, draining the blood of an ill person, cathartics, emetics and doctors and priests reciting prayers over the injured and ill in an effort to have God (or the gods) intervene and heal the loved one. Diseases we hardly see today ran rampant in the Middle Ages. Malaria, liver flukes (which causes liver abscesses), dysentery, tooth abscesses, jaundice (probably caused by hepatitis), pneumonia and anemia were common, everyday diseases that one took in stride in that period. Influenza could be fatal, and even the common cold could be debilitating. This isn’t even taking into consideration the injuries sustained during the period. Fractures, lacerations (usually caused by swords and other weapons during the various battles that were fought), eye trauma, poisonings (either accidental or intentional) and childbirth were problems having to be dealt with daily. Throw in the Black Death and it’s amazing that the human race survived at all.

All-in-all, considering the knowledge at the time, doctors* did rather well. Their primary role was to comfort the patient and try to encourage the restoration of health…not much different from today’s health care providers.

Back in those days, the physician’s understanding of the human body was based on the “humoral theory”. A theory popularized by Hippocrates, it dominated medicine until the nineteenth century. The theory is based on the fact that all material in the universe, including the human body, was based on four elements: earth, water, fire and air. These humors must be kept in balance if they are not in harmony, disease results. Even today, with this theory abandoned, the basic ideas are still in our vocabulary. When someone is in a bad mood, he is in “ill humor” likewise, a person in a good or lighthearted mood is in “good humor”.

According to the humoral theory of illness, most health problems could be blamed on an excess of humor therefore, alleviating this excess would cure the illness. Bloodletting was the most common way of relieving an excess of humor. During the Middle Ages, there were three methods of bloodletting: leeching, venesection and cupping. In leeching, the physician would attach an annelid worm to that part of the body most affected by the patient’s condition. The worms would suck off a quantity of blood before falling off. Venesection was the direct opening of a vein for the draining of blood. Cupping, still practiced today by some Eastern cultures, involved the application of heated cups over the skin. As the cups cooled, blood would be drawn to the surface of the skin. Regardless of the method used, the purpose was to reduce the excess of blood in the body to restore balance and health.

One man considered himself the successor of Hippocrates. He was Claudius Galenus, whom we know today as Galen. He was born in A.D. 130 during the reign of Hadrian (famous for the wall in northern England). Galen studied philosophy and medicine all over the Roman empire. He was 35 when he became physician to the emperor Marcus Aurelius.

Galen believed anatomy was essential for a doctor. His writings show that he was a master of dissection. He probably did not dissect humans in Rome, but he did write about the dissection of animals. He had long lists of medications for diseases, and thus is considered the father of Pharmacy.1

Galen emphasized the therapeutic aspect of pus he understood that pus is a substance that requires elimination however, unfortunately and above all by Galen’s followers, this theory was exploited very narrowly. In fact, Galen’s writings were used to advocate the formation of pus in order to promote healing of wounds. This concept continued to be considered valid until the end of the 16th century. 2

The Early Middle Ages (800 – 1200 A.D.)

The collapse of the Roman Empire in the 5th Century ushered in the Dark Ages. Though many people think that the Dark Ages were a period of societal deterioration and was without innovation, some amazing concepts developed however, the development of medicine wasn’t among them. The practice of medicine declined, and it fell to healers to look to the sick and wounded. It wasn’t until the 9th Century that the true practice of medicine started on the road that evolved into the medical practice that we know today.

The Benedictines founded the cathedral schools during the reign of Charlemagne and he expanded their use. In 805 A.D. he ordered that medicine should be introduced into regular teaching programs.

It is recorded that the monastery of St. Gall in 820 A.D. had a medicinal herb garden, rooms for six sick people, a pharmacy and special lodging for a physician. This is probably our first example in Western Europe of a hospital. The Benedictine monasteries quickly expanded this trend and soon many monasteries in Europe had attached hospitals.

The High Middle Ages (1200 – 1400 A.D)

During the 13th and 14th centuries, medical teaching had progressed to the point where university degrees were required to practice medicine, graduating the first true “physicians”. The 13th century was a time of the birth of the great universities, the two greatest being the ones in Bologna and Montpellier.

William of Saliceto (1210 – 1280) was instrumental in setting up the first school of surgery. He recommended the use of knives instead of cautery during surgery and taught that pus was a bad thing, not a good thing.

Guy de Chauliac (1300 – 1368) was the most influential surgeon of the 14th and 15th centuries. He developed four conditions regarding the treatment of wounds: 3

1. Remove foreign bodies from the divided parts

2. To bring together the divided parts
3. To unite the parts drawn together
4. To conserve and preserve the tissue.

It is interesting to note that today, 600 years later, the same techniques are used for the treatment of wounds.

Theodoric, Bishop of Cervia (1205 – 1298), recommended the use of wine to clean wounds, and wrote that sponges should be soaked in narcotics such as opium and held over a patient’s nose to induce a “deep sleep”…one of the first recorded uses of preoperative anesthesia. 1 It was also during this time that the concept of cleanliness was beginning to evolve.

Then all hell broke loose in the middle of the 14th century.

In October 1347, a trading ship put into the harbor of Messina in Sicily. This was the beginning of an epidemic so appalling and destructive that it completely changed the social structure of Europe and left a permanent mark on human memory. The deadly cargo the ship carried from the East was a new disease, Yersinia pestis, also known as The Plague.
The diseased sailors showed strange black swellings the size of an egg in the armpits and groin. The swellings oozed blood and pus and were followed by spreading boils and black blotches all over the skin. The victim died five days later in pain. As the disease spread, another form with continuous fever and spitting blood appeared. These victims died within three days. With both types, anything which issued from the body smelled foul. Despair was the disease’s companion and before the end “death is seen seated on the face”. This disease spread with terrifying speed and could kill people within hours. 1
Within two years, the Plague (“pestilence” or “Great Death” as it was called at the time) had reached almost all of Europe. In some places, complete populations were destroyed. Twenty million people died…a third of Europe’s population.
The doctors at the time thought a person’s gaze or the stench of the disease could transmit it, and so they covered themselves with thick clothing and held a cloth to their noses. Some wore elaborate masks shaped like birds’ heads which had holders for burning incense in the beads.
One thing that should be addressed is the lasting social effects of the Plague. Peasants found that for once there was not enough human labor and banded together for higher wages and even their freedom. They began to understand that a human life might be worth something intrinsically. In short, the foundation of modern thinking in many areas was laid at this time.
Since this was a new disease, there were no writings “of the ancients” they could turn to in order to heal the disease. The doctors of the time had to do something that had not been done for almost 1200 years. They had to make their own observations and do their own experiments. This allowed future doctors the freedom to think for themselves and question the ancients. Thus was some of the foundation laid for the Renaissance. 1

THE LATE MIDDLE AGES AND RENAISSANCE (1400 – on)
Knowledge and learning spread far and wide during the 14th century, but the work done then was only a prelude to the amazing advances to come. The use of guns became more widespread in battle, therefore the art of surgery also advanced. Wounds were treated with warm, not boiling oil. Amputations were closed with a skin flap instead of being cauterized.
Ambroise Pare (1510-1590) was one of the great surgeons of the Renaissance. He found that a mixture of eggs, oil of roses and turpentine allowed wounds to heal better than scalding oil. His contemporaries discovered the tourniquet and found that arteries that were tied did better than ones that were cauterized.

Sometimes, of course, more drastic surgery was required. Broken bones, grievous wounds, terrible abscesses, and things such as bladder stones required surgery. And generally speaking, surgery was conducted without the benefit of anesthesia, as most means of “putting someone under” was as likely to kill them as was the surgery. And surgery was not conducted in anything remotely resembling a sterile field the concept of associating infection with germs or bacteria was entirely unknown during the Middle Ages. 4

So we can see that Medieval Medicine, viewed in the perspective of its day, worked pretty well. We in the twenty-first century may view medicine of the Middle Ages with horror. But the job of the Medieval physician was to bring comfort and hope to a patient and the patient’s family…not much different than that expected of today’s health care providers.

* in this article, the term “physician” or “doctor” is meant to imply a physician, midwife or any other healer


Bekijk de video: middeleeuwse straffen