Geschiedenis versus legende: op zoek naar Aeneas, de Trojaanse vluchteling

Geschiedenis versus legende: op zoek naar Aeneas, de Trojaanse vluchteling


We are searching data for your request:

Forums and discussions:
Manuals and reference books:
Data from registers:
Wait the end of the search in all databases.
Upon completion, a link will appear to access the found materials.

De Romeinse mythologie wijst Aeneas aan als de stichter van de grote natie Rome en de voorouder van zijn volkeren. Terwijl de Romeinen aanspraak maken op wat als een puur mythologische patriarch moet worden beschouwd, is er dan een historische basis voor de man en het epos in zijn naam?

De Aeneis: Omzwervingen van Aeneas

Publius Virgilius Maro of Virgil, geboren op 15 oktober 70 voor Christus, zou worden beschouwd als een van de grootste dichters van Rome. In opdracht van Augustus, zijn onvolledige en beste werk, de Aeneis, zou postuum worden gepubliceerd en goed ontvangen. Op zijn sterfbed gaf Virgil duidelijke instructies om alle exemplaren van het epos te vernietigen. Uiteraard is dit niet gebeurd. Virgil stierf op 21 september 19 voor Christus.

Vergilius leest de Aeneis voor aan Augustus, Octavia en Livia. ( Publiek domein )

Wat maakte de Aeneis zo speciaal? Het registreert de omzwervingen van Aeneas, samen met zijn mede Trojaanse vluchtelingen, van Troje naar het uiteindelijk koloniseren van Italië en het verenigen van heel Latium. Aeneas zou de legendarische voorvader worden van Romulus en Remus en op zijn beurt de Romeinen. Zijn verhaal zou worden aangekondigd als een nationaal epos.

  • De hydraulische telegraaf van Aeneas – communicatie op afstand uit de oudheid
  • Het verlaten heldin-archetype in de Griekse en Romeinse mythen

De Ilias zinspeelt op Aeneas en zijn voortbestaan ​​van de Trojaanse oorlog, toen de Trojaanse krijger in een gevecht stond met de wraakzuchtige Achilles na het verlies van zijn dierbare en goede vriend, Patroclus, aan Hector. Boek 20.300-308 van de Ilias leest:

'Maar kom, laten we hem uit de dood leiden, opdat de zoon van Cronos niet op de een of andere manier boos wordt als Achilles hem doodt; want het is voorbestemd voor hem om te ontsnappen, zodat het ras van Dardanus niet verloren gaat zonder zaad en niet meer wordt gezien - Dardanus van wie de zoon van Cronos meer hield dan alle kinderen die hem werden geboren uit sterfelijke vrouwen. Want nu is de zoon van Cronos het ras van Priamus gaan haten; en nu zal zeker de machtige Aeneas koning zijn onder de Trojanen, en de zonen van zijn zonen die in de komende dagen zullen worden geboren.'

De tradities van Aeneas en zijn migratie vanuit de Dardanellen verspreidden zich over de Romeinse wereld. Het eerste verband tussen Aeneas, zijn reizen en de oprichting van de Romeinse beschaving kan worden gedateerd in de geschriften van de derde-eeuwse Latijnse dichter Naevius. Algemeen wordt aangenomen dat de werken van Naevius Virgilius enorm inspireerden.

We hebben ook de Tabula Iliaca , een Romeins monument dat dateert uit het Augustus-tijdperk en oorspronkelijk opgericht in Bovillae, 20 kilometer ten zuidoosten van Rome, ter illustratie van scènes uit de val van Troje.

Tabula Iliaca: reliëf met illustraties uit de Homerische gedichten en de Epic Cycle, eerste eeuw voor Christus. ( Publiek domein )

Onder de scène met Aeneas en zijn vader Anchises, die de "heilige voorwerpen" draagt, en vertrekkend naar Hesperia, luidt een inscriptie "Plundering van Troje volgens Stesichorus." Nu blijven moderne geleerden sceptisch over dit citaat. Een deel van de Trojaanse cyclus, de Iliupersis (of Zak van Ilium) is een verloren oud Grieks epos en overleeft alleen in fragmenten. Werd het oorspronkelijk gecomponeerd door de dichter Stesichorus uit de zesde eeuw voor Christus? De oorspronkelijke auteur blijft een mysterie en of er al dan niet een poëtische tekst is die naar Aeneas verwijst, moet nog worden gevalideerd.

Tradities zoals deze die in die tijd in omloop waren, zouden verschillende legendes hebben voortgebracht waarin Vergilius samenvloeide tot een enkel en veelomvattend verhaal; natuurlijk met artistieke vrijheden.

Het spreekt voor zich dat de Aeneis ook sterk geïnspireerd was door Homerus en zijn Ilias en Odyssee. Zo vertoont Aeneas' liefdesaffaire met Dido veel parallellen met die van Odysseus en Calypso in de Odyssee. De begrafenisspelen van Patroclus in Boek 23 van de Ilias weerspiegelen de wedstrijden die Aeneas hield op de verjaardag van de dood van zijn vader. De afdaling van Aeneas in de onderwereld vertoont veel overeenkomsten met die van Odysseus en zijn reis naar het rijk van Hades.

Dido en Aeneas (publiek domein)

Historisch gezien gaat het literaire bewijs niet zo ver terug in de tijd als we zouden willen. Dit laat ons achter met de archeologie van de Middellandse Zee tijdens wat als een zeer vluchtige periode in onze menselijke geschiedenis wordt beschouwd.

De mysterieuze ineenstorting van de bronstijd

Rond 1200 voor Christus zou de wereld van het oostelijke Middellandse Zeegebied als geen ander een verandering teweegbrengen. De grote beschavingen van de bronstijd stortten in en verdwenen in sommige gevallen volledig uit het historische record. De ijzertijd markeerde een nieuw begin.

Het Hettitische rijk viel onmiddellijk uiteen om aanleiding te geven tot de neo-Hettitische stadstaten. De Kanaänitische steden kregen te maken met innerlijke onrust toen de inwoners zich vestigden in de hooglanden en meer geïsoleerde gemeenschappen. Onder andere de Feniciërs, Israëlieten, Moabieten herrezen uit de as van weleer. Egypte overleefde het ternauwernood, maar behield nooit zijn vroegere glorie.

In Griekenland wordt echter een ander verhaal verteld. Het Myceense Griekse rijk en zijn invloedssfeer kwam rond 1100 voor Christus abrupt tot een einde en tegen 1050 voor Christus waren bijna alle sporen van de Myceense cultuur volledig verdwenen. Schrijven in het Lineaire B-script stopte. De vorstelijke centra, steden en dorpen werden verlaten. Vitale handelsbetrekkingen met de buitenwereld verdwenen. Deze donkere eeuw duurde voort tot het einde van de negende eeuw voor Christus.

Onze primaire bronnen voor deze periode zijn van opgegraven graven, de Homerische heldendichten en Hesiodus' Werken en dagen . De oorzaak van deze achteruitgang is nog steeds grotendeels onbekend, hoewel wetenschappers het hebben toegeschreven aan aardbevingen, hongersnoden, economische en politieke instabiliteit, piraterij, invasies van buitenlandse etnische groepen, enz.

  • Dido van Carthago, mediterrane prinses werd Afrikaanse koningin
  • Romeinse mythologie van de eeuwen van de mens, metamorfosen en de stichting van Rome

Nu alleen nog ruïnes - De Leeuwenpoort uit de Bronstijd in Mycene. (Andreas Trepte/ CC BY-SA 2.5)

De klassieke schrijver Thucydides schetst een beeld waarin steden klein werden en zwak en armoedig werden. Er was een gebrek aan communicatie of handel. Piraterij en onveiligheid waren wijdverbreid, wat de noodzaak vereiste om wapens te dragen. Er was een constante migratie en onrust onder de volkeren. Hoeveel hiervan weerspiegelde de werkelijkheid?

Was er ooit een Trojaanse oorlog?

Is er ooit een Trojaanse oorlog geweest? Dat wil zeggen, een bijna legendarische strijd tussen Grieken en Trojanen. Als we lezen uit Homerus en de later samengestelde Trojaanse cyclus, zou de literatuur zeggen dat het inderdaad heeft plaatsgevonden, maar wat zegt de archeologie hierover?

Muren van Troje, Hisarlik, Turkije. (KersX / CC BY-SA 3.0 )

Heinrich Schliemann, een rijke ondernemer van beroep, bracht zijn jaren van vervroegd pensioen door met het ontdekken en opgraven van de vindplaatsen van Troje (in het huidige Hisarlik, Turkije) en Mycene (in het noordoostelijke deel van de Peloponnesos, Griekenland) tijdens de late 19e eeuw na Christus; zij het via onorthodoxe en rampzalige methoden. Hij was geen geschoolde archeoloog.

Schliemann was maar een eenvoudige man met een passie voor Homerus. In 1868 raakte hij bevriend met de Amerikaanse vice-consul van Turkije, Frank Calvert, die zelf geloofde dat de legendarische stad Troje onder de klassieke Grieks-Romeinse ruïnes van Hisarlik lag. Calvert had de locatie en Schliemann het geld. Het graven begon en zou nog jaren doorgaan.

Wat werd ontdekt was een complexe, meerlagige stad die bestond uit de vroege bronstijd en die uiteindelijk werd verlaten tijdens de ijzertijd. Elke laag ontmoette zijn einde in een of andere vorm, of het nu door een aardbeving of oorlog was, en maakte plaats voor hervestiging en nieuwbouw.

Het masker van Agamemnon is een artefact ontdekt in Mycene in 1876 door Heinrich Schliemann. Het wordt ook wel de 'Mona Lisa van de prehistorie' genoemd. ( CC BY-SA 2.0 )

Tijdens de opgravingen van Heinrich Schliemann en de opgravingen door anderen die daarop volgden, werd het identificeren van Homerus' Troje problematisch. Troy Level VI kwam bijvoorbeeld overeen met Homerus' beschrijvingen van een grote en rijke stad met schuine grote muren die de citadel omcirkelden, maar Level VIh werd verwoest door een aardbeving van ca. 1300 v.Chr. Niveau VIIa van Troje (1230 - 1190/80 v. Chr.) leek niet zo groots als die beschreven door Homerus, maar viel echter ten prooi aan oorlog.

Het toonde ook bewijs voor een mogelijke belegering waarbij velen enige tijd in ongemakkelijke en krappe omstandigheden moesten leven voordat ze uiteindelijk bezwijken voor ontvoerders. Het is onduidelijk of de tegenstanders van Troje VIIa Myceense Grieken waren of een andere groep Egeïsche volkeren (op basis van de ontdekking van pijlpunten in Egeïsche stijl). Opgravingen op de site gingen door tot het begin van de 21e eeuw na Christus. Bij elke opgraving onthulde de site meer aanwijzingen, hoewel er nog steeds te veel onbeantwoorde vragen bleven. We moesten ergens anders kijken.

Plattegrond van de archeologische vindplaats van Troje/Hisarlik. ( Publiek domein )

Ten oosten van Troje regeerde het Hettitische rijk over het grootste deel van Anatolië, gecentreerd in Hattusa, in de buurt van het hedendaagse Boğazkale (voorheen Boğazköy), Turkije. Ontdekt in de ruïnes van de machtige Hettitische citadel waren stapels gebakken tabletten. Elk was geschreven in een spijkerschrift, maar in wat destijds een niet-ontcijferde taal was, totdat geleerden in het midden van de 20e eeuw na Christus ontdekten dat de Hettitische taal die van een vroeg Indo-Europees type was.

Met de code gekraakt, zouden deze tabletten de geschiedenis van de Late Bronstijd herschrijven. In de vertaalde teksten waren activiteiten en onderhandelingen tussen twee wereldmachten, de Hettieten en de Ahhiyawa, geschreven.

Myceense tablet ingeschreven in lineaire B afkomstig van het Huis van de Oliehandelaar, Mycene. De tablet registreert een hoeveelheid wol die moet worden geverfd. Op de keerzijde is een mannenfiguur afgebeeld. (CC BY-SA 3.0)

Aanvankelijk verbaasde de oorsprong van deze Ahhiyawa geleerden, maar het duurde niet lang of ze zouden worden geïdentificeerd als de Achaeërs van Homerus of de Myceense Grieken. Van de 15e eeuw voor Christus tot de 12e eeuw voor Christus waren de Myceense mensen betrokken bij diverse activiteiten langs de West-Anatolische kust, zowel voor als tegen het Hettitische rijk. Een ander belangrijk bewijsstuk is de lezing van een klein vazalkoninkrijk in het noordwesten van Anatolië, dat routinematig wordt aangeduid als Wilusa.

Wilusa werd onmiddellijk geïdentificeerd met Homerus' Ilios, wat een andere naam was voor Troje. Deze tabletten zouden een cast van personages blijven bieden die later zouden worden weerspiegeld in het Homerische epos, zoals Atreus, Alexandros (een andere naam voor Parijs), en zelfs een mogelijke weergave van Priamus.

Hier hebben we bewijs van Grieken op Anatolische bodem, maar kunnen we de Trojaanse oorlog van Homerus vinden? Helaas niet. Tenminste nog niet. De vernietiging van Troje-laag VIIa past goed in het tijdsbestek van Homerus en hoewel het bewijs oplevert dat het einde het resultaat van oorlog is, kunnen we de Myceenseër niet op de juiste manier als de tegenstander plaatsen. Wat we echter wel vinden, is Myceens aardewerk daterend uit het einde van VIIa.

‘De processie van het Trojaanse paard in Troje.’ Hoewel het er indrukwekkend uitziet, was er geen echt paard van Troje.

Wat betreft de Hettitische tabletten, de meeste van deze teksten dateren van generaties eerder, wat ook samenvalt met Troje-laag VI. Het herhalen van de opmerking van eerder dat deze laag eindigde door een daad van moeder natuur, dat wil zeggen een aardbeving.

Wanneer moderne geleerden proberen deze puzzel in elkaar te leggen, vinden ze een reeks afzonderlijke gebeurtenissen die latere verhalenvertellers zouden kunnen hebben geïnspireerd. Sommige geleerden hebben zelfs geconcludeerd dat de oorlog niet tussen de Myceners en Trojanen plaatsvond, maar tussen de Myceners en de Hettieten over het land waar Troje woonde. Troje stond in een economisch centrum en voegde zich bij de oosterse en de westerse wereld. Het stond ook als een poort tussen de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. Controle over dit land zou de heersers grote economische rijkdom hebben gebracht.

Deze verzameling activiteiten waarbij de Myceners betrokken waren, zou uiteindelijk een enkel en vloeiend verhaal vormen dat gezongen zou worden door reizende barden zoals Homerus. De rol van de bar was om te entertainen. Geleid door de Muzen en waar nodig artistieke vrijheden nemend, verweeft de bard mythologie in zijn of haar verhaal.

Het was de mythologie die historische feiten organiseerde, zij het uit verschillende historische tijdperken. Zullen we ooit echt een Trojaanse oorlog identificeren? Misschien niet, maar we hebben wel de stukken om samen een reeks gebeurtenissen te creëren die een dergelijke oorlog zouden inspireren.

  • De raadselachtige en ongrijpbare Virgil
  • Goden van Carthago en het Punische krachthuis van Baal Hammon en Tanit

De zeevolken en migraties naar de Tyrrheense Zee

Terwijl hun steden en naties instortten, trokken de mensen zowel het land als de zee op op zoek naar een nieuw leven en kansen. Deze mysterieuze groep werd gewoonlijk de Zeevolken genoemd, een titel die hen door de oude Egyptenaren werd gegeven, en ze waren een confederatie van migranten die een invloedrijke rol speelden tijdens de late bronstijd van het oostelijke Middellandse Zeegebied.

De Shardana (soms de Sherden genoemd) was een oorlogszuchtige groep zeevolken die de Levant bezetten vanaf de 14e eeuw voor Christus en later. Ze zijn redelijk goed gedocumenteerd in meerdere bronnen. Hoewel hun exacte oorsprong onbekend is, wordt aangenomen dat ze afkomstig zijn uit de algemene Egeïsche regio. We zien bewijs van hun bezetting in het algemene Nabije Oosten al in de Amarna-brieven (EA 81, EA 122 en EA 123) die dateren uit de 14e eeuw voor Christus. Hier dienden ze als onderdeel van een Egyptisch garnizoen in Byblos.

Geleerden hebben overeenkomsten kunnen isoleren tussen de Egyptische afbeeldingen van de Shardana en de bronzen beeldjes uit de 11e - 6e eeuw voor Christus die zijn opgegraven op het eiland Sardinië, dat ten westen van het Italiaanse vasteland ligt. Verder draagt ​​een stèle uit de 9e/8e eeuw voor Christus uit de oude Sardijnse stad Nora de woorden srdn in Fenicische symbolen. Hebben Shardana-migranten de oostelijke Middellandse Zee verlaten om zich te vestigen op het eiland Sardinië, en uiteindelijk hun naam aan het eiland zelf te geven?

Een andere en meer obscure groep Zeevolken waren de Shekelesh. Ze worden slechts terloops genoemd in de oude teksten van zowel de Egyptenaren als de Ugarits, die voor het eerst hun intrede deden in de Nijldelta rond 1220 voor Christus. Ze zijn waarschijnlijk afkomstig uit de westelijke delen van het Anatolische vasteland, meer specifiek Sagalassos (let op de overeenkomsten tussen de namen).

Er is ook gespeculeerd dat ze westwaarts migreerden en zich opnieuw vestigden op het eiland Sicilië, in latere teksten beschreven als de Sikels. Net als de Shardana, wordt aangenomen dat ook zij hun naam aan het eiland hebben gegeven.

Oorsprong van Aeneas

Kunnen we tot op zekere hoogte de reizen van een Anatolische groep migranten naar het westen bevestigen, vertrekkend vanuit de oostelijke Middellandse Zee en zich uiteindelijk ergens in de Tyrrheense Zee vestigen? Hebben de migraties van de Zeevolken de inspiratie gevormd voor latere verhalen over Aeneas?

We hebben wel enkele stukjes van deze archeologische puzzel die kunnen verwijzen naar een dergelijke gebeurtenis of reeks van gebeurtenissen. Er is echter nog veel te ontdekken en het grote potentieel voor nieuwe aanwijzingen die wachten om uit het vuil te worden gegraven.


Aeneas

In de Grieks-Romeinse mythologie, Aeneas ( / ɪ ˈ n iː ə s / , [1] Latijns: [ae̯ˈneːs̠] uit het Grieks: Αἰνείας, Aineíās) was een Trojaanse held, de zoon van de Trojaanse prins Anchises en de godin Aphrodite (gelijk aan de Romeinse Venus). Zijn vader was een achterneef van koning Priamus van Troje (beiden waren kleinzonen van Ilus, stichter van Troje), waardoor Aeneas een achterneef was van de kinderen van Priamus (zoals Hector en Paris). Hij is een personage in de Griekse mythologie en wordt genoemd in Homerus' Ilias. Aeneas krijgt volledige behandeling in de Romeinse mythologie, het meest uitgebreid in Vergilius' Aeneis, waar hij wordt gecast als een voorouder van Romulus en Remus. Hij werd de eerste echte held van Rome. Snorri Sturluson identificeert hem met de Noorse god Vidarr van de Aesir. [2]


Zelfs de legendes doen zo'n verklaring niet. Aeneas en zijn volgelingen reizen naar Latium, het gebied in de buurt van de plaats Rome en mengen zich onder de bevolking. Later vonden Romulus en Remus, uit de lijn van de koningen van de Latijnse stad Alba Longa, Rome. Volgens de mythe zijn de koningen van Alba Longa verbonden met de Trojanen.

De familie van Julius Caesar herleidde hun erfgoed tot Aeneas zelf en was trots op die link met de god Venus.

Herodotus en andere oude schrijvers beweerden dat de Etrusken immigranten waren uit Klein-Azië, mogelijk uit het gebied van Lydia. Er wordt wel eens beweerd dat ze naar het westen kwamen op zoek naar metaal: ze waren in de oudheid beroemd om hun metaalbewerkingsvaardigheden en (de theorie gaat) dat ze uit een veel technologisch geavanceerder gebied kwamen om de hulpbronnen van het gebied te exploiteren.

Gezien de onmiskenbare vermenging van Etrusken en Romeinen in de vroege dagen van Rome, is het niet moeilijk in te zien hoe dit aanleiding kon geven tot de legende van de Trojaanse immigratie naar Latium.


Aeon voor vrienden

Aeneas en zijn vader vluchten uit Troje door Simon Vouet c 1635. San Diego Museum of Art/Wikipedia

Modern nationalisme waardeert de diepe, oorspronkelijke relatie van een volk met land. Het hangt ook af van vijanden, buitenstaanders en buitenlanders om de leden van de natie te helpen verenigen. Deze beweringen hoeven niet historisch accuraat te zijn om politiek machtig te zijn. Extreemrechtse hindoe-nationalisten in het huidige India beweren bijvoorbeeld dat de Taj Mahal, een symbool van de moslimsultans van de Mughal-dynastie, oorspronkelijk een hindoetempel was. Dergelijke beweringen, die historische feiten tarten, portretteren Indiase nationalistische bewegingen als bewakers van het inheemse erfgoed, terwijl Indiase moslims elke band met de vergane glorie van de natie wordt ontkend.

Voor een groot deel van de westerse geschiedenis was het claimen van buitenlandse afkomst echter de sleutel tot politieke legitimiteit. Van het Romeinse Rijk tot de Renaissance, adellijke families in heel Europa stonden erop dat ze geen familie waren van de bevolking die ze regeerden. Ze herleidden hun voorouders tot illustere buitenlandse mogendheden, waaronder figuren uit de mythe en legende. Een van de meest populaire waren de protagonisten van de Trojaanse oorlog. Europeanen waren bekend met de heldendaden van Griekse helden zoals Ajax en Achilles, zoals opgetekend in de Ilias. Romeinse keizers, Germaanse krijgsheren en kruisvaarders identificeerden zich echter niet met de Griekse overwinnaars van de oorlog, maar met de verslagen Trojanen. Terwijl Europese nationalisten tegenwoordig migranten van oorlogen in het Midden-Oosten zien als een existentiële bedreiging voor hun thuisland, pochten de Romeinse en middeleeuwse elites van Europa op hun Trojaanse voorouders, vluchtelingen die de ruïnes van hun Aziatische huis ontvluchtten.

De beroemdste van deze vluchtelingen was Aeneas, een legendarische prins van Troje. Nauwelijks vermeld in de Ilias, werd hij in de eerste eeuw vGT een sleutelfiguur in de Romeinse mythe. De Romeinen dachten dat de Trojaanse prins uit zijn stad was ontsnapt toen deze door de Grieken was geplunderd. Aeneas vestigde zich in Italië, veroverde de lokale bevolking en werd de voorvader van Romulus, de stichter van Rome. De Romeinse Republiek was toen meester van de mediterrane wereld en het verhaal van Aeneas bood rechtvaardiging voor zijn veroveringen. Door het Italiaanse schiereiland te veroveren, zou men kunnen stellen, had Rome de missie van Aeneas voltooid. Door de Griekse stadstaten en Hellenistische koninkrijken van de oostelijke Middellandse Zee te vernederen, had Rome de val van Troje gewroken. De Romeinen waren een intens patriottisch volk, maar in plaats van zich als zonen van de Italiaanse bodem voor te stellen, dachten ze liever dat ze waren geboren om over de hele wereld te bewegen, te vechten en te heersen.

De legende van Aeneas was zo'n krachtig ideologisch instrument dat de ambitieuze generaal en politicus Julius Caesar (100-44 v.Chr.) . De dichter Vergilius vereeuwigde hun beweringen in de Aeneis, een episch gedicht over de reis van Aeneas van Troje naar Rome (geschreven in 29-19 BCE). Caesar en Augustus veranderden de Romeinse Republiek in een rijk geregeerd door één enkele dynastie. Ze versoepelden de overgang door het Trojaanse erfgoed van Rome te vermengen met hun eigen stamboom. Buitenlandse afkomst diende om het keizerlijke huishouden te onderscheiden van de Romeinse massa's en om een ​​kosmopolitisch rijk te legitimeren.

De keizerlijke mythe van Aeneas zou het rijk overleven. In de turbulente derde, vierde en vijfde eeuw n.Chr. ontworstelden groepen Germaanse krijgers een groot deel van West-Europa aan de Romeinse heerschappij. Naast het veroveren van grondgebied, eigenden de Germaanse elites zich ook de symbolen van het Romeinse gezag toe, waaronder de mythe van de Trojaanse oorsprong. De Merovingers, heersers van de Frankische stammen die het huidige Frankrijk hadden ingenomen, stalen in de zevende eeuw een pagina uit het boek van Virgilius Kroniek van Fredegar. Deze tekst herleidde de geschiedenis van de Franken tot Francio, een kloon van Aeneas die zich zogenaamd aan de Rijn vestigde. Toen de Karolingers, een rivaliserende Frankische dynastie, de Merovingers afzetten, probeerden deze nieuwkomers te bewijzen dat ze nog meer Trojaans waren dan de koningen die ze hadden omvergeworpen. In kronieken en gedichten vierden de propagandisten van het Karolingische hof zijn heersers als afstammelingen van Aeneas en beweerden ze dat ze banden hadden met de meest gevierde Trojaanse ballingschap.

De andere dynastieën van West-Europa smeedden hun eigen verhalen over Trojaanse voorouders, en wilden niet dat de Franken het symbolische erfgoed van Troje en Rome voor zichzelf hielden. Na hun verovering van Engeland in 1066, vonden de Noormannen, oorspronkelijk van Viking-afkomst, de Trojaanse held Brutus uit, die naar verluidt uit Troje was gevlucht op hetzelfde moment dat Francio en Aeneas op weg waren naar de Rijn en de Tiber. In Duitsland beweerden rivaliserende dynastieën die controle over het Heilige Roomse Rijk wilden hebben, dat ook zij de nakomelingen waren van een Trojaanse vluchteling. Mythische genealogieën boden elites in heel Europa een basis om hun superioriteit ten opzichte van gewone mensen te benadrukken. Erfgenamen van Troje, en bij uitbreiding van het Romeinse Rijk, hadden het recht om te regeren geërfd van de helden uit de klassieke oudheid.

Net als de Romeinen gebruikten middeleeuwse Europeanen hun vermeende connecties met Troje als reden voor verovering. In 1204 leidden familieleden van de Franse koninklijke familie wat een kruistocht in Syrië en Palestina moest zijn naar een nieuw doel: Constantinopel. De hoofdstad van het Grieks sprekende Byzantijnse rijk, het was de grootste en rijkste stad van Europa. De kruisvaarders plunderden het en slachtten duizenden medechristenen af. Om hun acties te rechtvaardigen, beweerden Franse leiders van de kruistocht dat ze wraak namen op de Grieken voor de val van hun oude Trojaanse thuisland. In plaats van tegen moslims in het Heilige Land te vechten, vochten ze tegen de Trojaanse oorlog.

Bijna 1500 jaar lang boden banden met het oude Troje de Europese leiders rechtvaardiging voor autocratische heerschappij in eigen land en militaire avonturen in het buitenland. Maar tegen het begin van de moderne tijd begon Europa zijn Trojaanse wortels te vergeten. De opkomst van de Ottomaanse Turken, die Constantinopel in 1453 veroverden en Europa de komende 300 jaar bedreigden, lijkt het enthousiasme van de Europese heersers om met Klein-Azië te worden geïdentificeerd, te hebben getemperd. Ondertussen ontkrachtten historici van de opkomende natiestaten van Europa de legendes over Trojaanse immigranten die zich vestigden in Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk. Ze probeerden meer te weten te komen over de lang vergeten oude volkeren van het continent, zoals de pre-Romeinse Kelten.

Tegen het einde van de 18e eeuw, toen het tijdperk van democratische revoluties begon, zouden Europese aristocraten reden hebben om hun opvallende identificatie met buitenlanders te betreuren. Vooraanstaande figuren van de Franse Revolutie hekelden de adel als afstammelingen van barbaarse indringers en identificeerden het gewone volk als de ware erfgenamen van de Kelten. Tegenwoordig zijn de Kelten of 'Gaulois' nog steeds sleutelfiguren in het Franse nationale bewustzijn en inspireren ze de stripheld Asterix. Trojaanse paarden – en aristocraten die beweerden van hen af ​​te stammen – zijn nergens te bekennen.

In de afgelopen jaren hebben veel wetenschappers de langdurige historische banden tussen Europa en Azië, of Europa en de islam, benadrukt als reactie op nationalistische bewegingen in heel Europa die immigranten als een bedreiging voor lokale culturen zien. Door historische verslagen aan te vechten waarin deugdzame autochtonen tegenover gevaarlijke buitenstaanders staan, bevorderen zulke historici een meer inclusief begrip van identiteit en een meer open immigratiebeleid. Maar vanuit de lange kijk op de Europese geschiedenis zijn nationalistische mythen over inheemse volkeren een recente uitvinding, een reactie op de nadruk van elites op hun buitenlandse afkomst. De kosmopolitische identiteit van Romeinse en middeleeuwse heersers was geen garantie voor een tolerant of vreedzaam beleid.

Geleerden die de opkomende golf van nationalisme in Europa en de rest van de wereld proberen te weerstaan ​​door te wijzen op de rijke verbanden tussen culturen uit het verleden, moeten eeuwenlang op hun hoede zijn voor overmatig optimisme, identificatie met immigranten uit Klein-Azië was een ironisch maar effectief instrument van keizerlijke macht.

is een collegiale assistent-professor aan de Universiteit van Chicago. Zijn onderzoek, gericht op de Franse Oost-Indische Compagnie, is verschenen in wetenschappelijke tijdschriften zoals: Franse Culturele Studies en de Tijdschrift voor de economische en sociale geschiedenis van het Oosten, evenals populaire media zoals De draad en De appendix.


De droom van Aeneas, geschilderd door Salvator Rosa (ca. 1615-1673)

Dit schilderij, van de Italiaanse kunstenaar Salvator Rosa (ca. 1615–1673), herschept een scène uit De Aeneis-een episch gedicht van de Romeinse dichter Vergilius (ca. 70-19 vGT) dat de reis vertelt van de Trojaanse vluchteling, Aeneas, van Troje naar zijn nieuwe thuisland in Italië. In deze scène wordt de vermoeide en vermoeide Aeneas bezocht door Tiber, de goddelijke personificatie van de rivier waarop de stad Rome ooit zou worden gebouwd. Virgil beschreef deze scène in boek acht van zijn gedicht:

“Het holst van de nacht.
Over de aarde alle vermoeide levende wezens, alle vogels en zwermen
waren diep in slaap toen kapitein Aeneas, zijn hart pijnigde
door oorlogsdreiging, op een bank eronder gaan liggen
de kille boog van de lucht en eindelijk
verwende zijn ledematen in slaap. Voor zijn ogen
de god van de lieflijke rivier, de oude Tiber zelf,
scheen op te stijgen tussen de bladeren van de populier,
gekleed in zijn blauwgrijze linnen fijn als mist
met een schaduwrijke kroon van riet om zijn haar te kransen,
en begroette Aeneas om hem van zijn angst te verlossen”
(Vergilius, de Aeneis, Boek 8, ongeveer regel 27-36)

Het is een scène van het lot en de profetie die Vergilius schreef. Rome was voorbestemd om op een dag langs de rivier de Tiber te worden gebouwd, en volgens de legende zouden het de afstammelingen van Aeneas zijn die de stad zouden stichten. Dat is de scène die Salvator Rosa van poëzie naar verf vertaalde.


Wie heeft Rome gesticht?

De geschiedenis van Rome beslaat ongeveer 28 eeuwen. Volgens de Romeinse mythologie werd Rome in 753 vGT gesticht door de tweeling Romulus en Remus, die door de wolvin werden verzorgd. De twee jongens werden verondersteld de zonen van Rhea Silvia en ofwel Hercules of Mars te zijn en werden onmiddellijk na hun geboorte weggegooid omdat een bepaalde profetie was gegeven dat ze hun oom, Amulius, die zelf hun grootvader Numitor had onttroond, zouden onttronen. Een herder vond ze terwijl ze onder de hoede waren van de wolvin en zorgde voor hen als zijn eigen kinderen. Toen ze volwassen waren geworden, onttroonden en doodden ze hun oom Amulius en herstelden ze hun grootvader Numitor. Romulus en Remus besloten een stad te bouwen. De twee kregen echter ruzie met Romulus die zijn broer doodde.

Een andere legende gaat dat een Trojaanse vluchteling genaamd Aeneas naar Italië ontsnapte en de lijn van Rome vestigde via een van zijn nakomelingen genaamd Lulus. Nog een andere legende zegt dat Rome werd gesticht door Romos die een zoon was van Odysseus en Circe.


De omzwervingen van de epische held

Aeneas en zijn metgezellen vechten tegen de harpijen door François Perrier, 1646-47, via het Louvre, Parijs

Schuilend onder de berg Ida bouwden de Trojanen schepen en voeren ze uit, op zoek naar het land dat de locatie zou zijn van een nieuw Troje. Aanvankelijk zeilden ze naar Kreta en vonden een stad genaamd Pergamea, maar dat was niet het lot dat de goden voor Aeneas hadden beslist. Nadat een dodelijke plaag de stad trof, gingen de Trojanen opnieuw naar hun schepen. Op de Strophades-eilanden vonden ze rijke kuddes runderen en geiten en vielen ze hongerig aan. De wezens behoorden echter tot de gemene harpijen, die hen aanvielen, wat resulteerde in een korte schermutseling. Alleen de harpij Celaeno bleef uit de strijd en sprak afschuwelijke profetieën over het lijden dat de Trojanen op hun reis nog te wachten stond.

De dood van anchises

De dood van anchises door GC Eimmart , uit een boekillustratie van Virgil's Aeneis, via Dickinson College, Carlisle

Op weg naar Buthrotum sprak Aeneas met Andromache, de weduwe van Hector, en Helenus, de zoon van Priamus. Van Helenus ontving hij opnieuw de profetie om Italië te zoeken. Op weg naar Sicilië kwamen ze Charybdis tegen die hen van de kustlijn naar zee dreef. Bij toeval landden ze op het eiland Cyclops waar Odysseus eerder was geweest. Daar vonden ze Achaemenides, een Griek uit de bemanning van Odysseus die per ongeluk werd achtergelaten door zijn metgezellen. Hij smeekte hen om hem te redden van het vreselijke eiland en ze kregen medelijden met hem. Ze namen hem aan boord en ontvluchtten het eiland, ternauwernood ontsnappend aan de grote Polyphemus. Ze voeren de haven van Drepanum binnen, maar Aeneas wachtte nog meer verdriet, want daar verloor hij zijn vader op hoge leeftijd. Bij het verlaten van Drepanum werden de Trojaanse schepen gevangen in een storm en uiteindelijk op de kusten van Carthago gedreven.

Koningin van Carthago

De ontmoeting van Dido en Aeneas door Sir Nathaniel Dance-Holland, tentoongesteld in 1766, via Tate, Londen

Ze vonden Dido, de koningin van het pas gestichte Carthago, in haar nieuwe tempel. Ze kreeg medelijden met de schipbreukelingen van Trojanen, leidde hen terug naar haar paleis en bestelde een groot feestmaal dat voor hen was bereid. Dido had haar man en ware liefde, Sychaeus, verloren en ze had al lang geen interesse meer in andere mannen. Maar Venus, bang voor Juno's plannen voor Aeneas, stuurde Cupido om Dido's hart te verstrikken en zo de situatie te sturen zoals ze wilde. In de vorm van Aeneas' zoon, Ascanius, zat Cupido op Dido's knie en werkte hij zijn kunsten op haar uit, net zoals Aeneas voor het verzamelde feest stond en het verhaal vertelde van de plundering van Troje en hun daaropvolgende omzwervingen. Tegen de tijd dat hij zijn verhaal beëindigde, was Dido helemaal geslagen.

Landschap met de Unie van Dido en Aeneas door Gaspard Dughet en Carlo Maratta, ca. 1664-1668, via de National Gallery, Londen

De volgende dag nam Dido Aeneas mee op jacht op het platteland van Carthago, en de godinnen stuurden een grote storm. De koningin en de epische held schuilden samen in een grot en werden geliefden. Aeneas en zijn mannen bleven enige tijd in Carthago en hielpen bij de bouw van de nieuwe stad. Jupiter stuurde Mercurius echter om de epische held aan zijn grote lot te herinneren, en Aeneas realiseerde zich dat hij door moest gaan naar Italië. Hij glipte weg met zijn mannen in de nacht. Met een gebroken hart stak Dido zichzelf met het zwaard van Aeneas op een voorbereide brandstapel. Toen ze stierf, voorspelde ze een eeuwige strijd tussen hun twee naties, een knipoog naar het langdurige conflict tussen Rome en Carthago.

La Mort de Didon door Joseph Stallaert, ca. 1872, via het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, België

Naar Sicilië en Italië

Hoewel ze weer op weg waren naar Italië, belemmerden stormen en zware zeeën hun voortgang opnieuw, en ze landden opnieuw op Sicilië. Aeneas hield extravagante begrafenisspelen ter ere van zijn vader, Anchises. Yet once again, Juno interfered, convincing the Trojan women, who were fed up with wandering, to burn the fleet of ships. At the prayers of Aeneas, Jupiter put out the fires with a violent rainstorm and saved the fleet. Shortly thereafter, Aeneas saw a vision of his deceased father, who encouraged him on to Italy and instructed him to visit the underworld.

The Trojan Women Setting Fire to their Fleet by Claude Lorrain , ca. 1643, via The Met Museum, New York

They came to Cumae, and following the guidance of the Cumaean Sibyl, Aeneas descended into the underworld . There the epic hero encountered the spirits of the men he had lost on the journey as well as that of Dido. The shade of Dido refused to speak with him or even look at him. In the fields of the warriors, they found his friends who had died in the Trojan War and the deceased Greek heroes also. Finally, he found his father. Anchises took him to see the spirits preparing to return to the world, and showed him the long line of his descendants to come, Romulus, Caesar , and Augustus , and the glory of Rome to be.

Aeneas in Hell attributed to Jacob Isaacsz van Swanenburgh , 17th century, via the Royal Museum of Fine Arts, Belgium


THE ILLIAD

In Homer’s Illiad we see much more of him.

Book II – he is introduced among the Trojan leaders (after the famous Catalogue of ships describing the Greek ones). From this point on we know that he was the leader of the Dardanians and a son of a goddess Aphrodite.

Book V – this book describes the killing spree of Diomedes, son of Tydeus. Diomedes was one of the Greek leaders in the war peer to Achilles in bravery and to Odysseus in strategic thinking and creativity. After he slew Aeneas’ fellow-soldier, he focused his rage on Aeneas, who foolishly entered the dangerous area trying to help the doomed friend. That was not a good day for the son of Anchises as Diomedes’ murderous form obviously reached its peak. He wounded Aeneas badly by throwing a huge rock at him, stole his precious immortal horses and would have killed him on a spot, had his divine mother not helped him. Aphrodite appeared out of nowhere and carried her son away from the battle. But she underestimated Diomedes. The Greek hero wasn’t afraid at all and even injured the goddess with his spear. Nevertheless, the life of her son was saved after another god, Apollo intervened and carried the injured hero to safety.

Aeneas got healed very quickly and returned to the battlefield seeking revenge on the Greeks. He encountered some success and killed a couple of enemies. He even faced Menelaus, the abandoned husband of the beautiful Helene, but wisely retreated from the battle once he realized that Menelaus would not face him alone.

Book VI – here Aeneas, alongside Hector, is asked by Priam’s son Helenus to organize the city’s defense.

Book XI – in this book Aeneas is mentioned again alongside other Trojan warriors who participated in the battle that day. It is a short and simple mention but deserves attention for the attached description “Aeneas honoured by the people like a god…“– although such words are also used for others, this surely indicates respect.

Book XII – Aeneas mentioned very quickly as one of the Trojans attacking the walls of the Greek camp.

Book XIII – with Achilles on strike, the Trojan continue their progress towards the Greek ships. The Greeks, however, fight back fiercely. Idomeneus, a Greek hero from Crete, kills Aeneas’ brother-in-law. Aeneas is asked to help his relative. He is not present in the first lines at the moment. Homer provides an interesting reason for this, “Aeneas was angered at great Priam, because he showed him little honour, though he was among the finest warriors”. Homer never really went into much more detail about this conflict, so we are left to guess what was behind it. Was Priam ashamed that Aeneas displayed more bravery than his own sons (with the notable exception of Hector)? Did he have some other reasons? We kunnen alleen maar speculeren.

Nevertheless, Aeneas listened and agreed to meet Idomeneus in a duel. Idomeneus, usually brave enough, quickly analysed the situation and asked several other Greeks for help against his younger foe. Aeneas responded in a similar way and gathered a party of four to make the forces equal. Despite some bloodshed on both sides, both heroes survived the encounter.

Book XIV – in this book Hector himself is wounded by the great Ajax (the Greek hero with a huge shield) and Aeneas is among the Trojans who rush to his rescue and carry him away from the battle lines.

Book XV – the fight continues, and Aeneas kills a couple of enemies, but that’s pretty much it.

Book XVI – the Greek counterattack led by Patroclus (in Achilles’ armour). Aeneas throws a spear at a guy called Meriones, but the man is lucky and dodges the spear. Aeneas shouts angrily in response but is quickly reminded by Meriones, that even he cannot kill everyone.

Book XVII – immediately after the death of Patroclus the fight carries on. The intensity is even higher as both sides try to seize the corpse. When Ajax firmly stands next to the body, giving ground to no one and forcing even Hector to retreat, the god Apollo himself encourages Aeneas to attack. Aeneas listens and the battle bursts out again.

Later in this book, Aeneas joins forces with Hector, but they decide to keep it calm once they face not one, but two Aiantes at once (the big Telamonian Ajax with the huge shield and Ajax the Lesser, one of the most skilled spearmen among the Greeks).

Book XX – at this stage of the story Achilles is eager to revenge the death of Patroclus and to kill all the Trojans he could see. Apollo encourages Aeneas to face Achilles, but our hero knows better. He was routed by Achilles once before (see above the episode from Cypria) and is now aware of his limits. Achilles is without a doubt a better fighter and to meet him in a duel would be equal to suicide. But Apollo uses a convincing argument – while Aeneas is a son of Venus, Achilles is only a son of a lesser goddess and therefore the gods would certainly favour him in this duel. Aeneas finds courage in his words and agrees.

Achilles is surprised to see Aeneas attacking him. He too remembers very well their last encounter, when Aeneas could call himself lucky for merely surviving. He even suggests that if this is some sort of an attempt to gain glory for Aeneas in order to increase his chances to rule Troy one day, it is pointless, as Priam still has plenty of sons that would surely come before Aeneas (interesting suggestion, let us not forget that some sort of conflict between Aeneas and Priam was mentioned earlier).

In his reply Aeneas doesn’t really react to the accusation, instead, he recites his whole family tree back to Dardanus, son of Zeus.

When the fight finally starts, Aeneas is the first to throw his spear. He aims well, but with little effect. Aeneas’ armour, made by od Hephaestus, couldn’t be pierced by an ordinary spear. Achilles doesn’t just stand there. He casts his spear. The weapon literally takes Aeneas’ shield away from him. At this point, Aeneas realizes that he might have made a huge mistake listening to Apollo.

Achilles, without any hesitation, rushes to Aeneas with a sword. Aeneas tries to react by lifting a heavy rock. It wouldn’t be enough to save his life, but the gods intervene and take him to safety far far away from Achilles.

When the gods saved his life, Poseidon (Neptune), the god of the sea made a flattering and promising prophecy to justify why he was spared: “now verily shall the mighty Aeneas be king among the Trojans, and his sons’ sons that shall be born in days to come.”. Needless to say, this must have been a very popular verse among the Romans who tracked their origins back to this hero.

Book XXIII – Aeneas doesn’t do anything in this book, but his horses do. The horses carrying his chariot were “of that breed, the best of all horses under the risen sun” (Iliad, Book V). Zeus had given divine horses to the former king Tros as a compensation for taking his son Ganymedes to Olympus where he became the cupbearer for the gods. Anchises later had them interbred with the mares of his own. Their offspring was now helping Aeneas to achieve unmatched speed in his chariot. By Book XXIII those horses no longer belong to Aeneas. Diomedes took them in the events described in Book V when he beat Aeneas in a duel and the gods barely saved Aeneas’ life. However, in this book a chariot race is described, part of the funeral games held to honour Patroclus. Guess who won the race! Yes, it was Diomedes with the horses he took form Aeneas.

That was the last mention of Aeneas in the Iliad, but we can still proceed to see the events described by Virgil in the Aeneid (Book II).


Inhoud

Birth and biographical tradition Edit

Virgil's biographical tradition is thought to depend on a lost biography by the Roman poet Varius. This biography was incorporated into an account by the historian Suetonius, as well as the later commentaries of Servius and Donatus (the two great commentators on Virgil's poetry). Although the commentaries record much factual information about Virgil, some of their evidence can be shown to rely on allegorizing and on inferences drawn from his poetry. For this reason, details regarding Virgil's life story are considered somewhat problematic. [5] : 1602

According to these accounts, Publius Vergilius Maro was born in the village of Andes, near Mantua [i] in Cisalpine Gaul (northern Italy, added to Italy proper during his lifetime). [6] Analysis of his name has led some to believe that he descended from earlier Roman colonists. Modern speculation, however, ultimately is not supported by narrative evidence from either his own writings or his later biographers. Macrobius says that Virgil's father was of a humble background, though scholars generally believe that Virgil was from an equestrian landowning family who could afford to give him an education. He attended schools in Cremona, Mediolanum, Rome and Naples. After briefly considering a career in rhetoric and law, the young Virgil turned his talents to poetry. [7]

According to Robert Seymour Conway, the only ancient source which reports the actual distance between Andes and Mantua is a surviving fragment from the works of Marcus Valerius Probus. Probus flourished during the reign of Nero (AD 54–68). [8] Probus reports that Andes was located 30 Roman miles from Mantua. Conway translated this to a distance of about 45 kilometres or 28 miles. [8]

Relatively little is known about the family of Virgil. His father reportedly belonged to gens Vergilia, and his mother belonged to gens Magia. [8] According to Conway, gens Vergilia is poorly attested in inscriptions from the entire Northern Italy, where Mantua is located. Among thousands of surviving ancient inscriptions from this region, there are only 8 or 9 mentions of individuals called "Vergilius" (masculine) or "Vergilia" (feminine). Out of these mentions, three appear in inscriptions from Verona, and one in an inscription from Calvisano. [8]

Conway theorized that the inscription from Calvisano had to do with a kinswoman of Virgil. Calvisano is located 30 Roman miles from Mantua, and would fit with Probus' description of Andes. [8] The inscription, in this case, is a votive offering to the Matronae (a group of deities) by a woman called Vergilia, asking the goddesses to deliver from danger another woman, called Munatia. Conway notes that the offering belongs to a common type for this era, where women made requests for deities to preserve the lives of female loved ones who were pregnant and were about to give birth. In most cases, the woman making the request was the mother of a woman who was pregnant or otherwise in danger. Though there is another inscription from Calvisano, where a woman asks the deities to preserve the life of her sister. [8] Munatia, the woman whom Vergilia wished to protect, was likely a close relative of Vergilia, possibly her daughter. The name "Munatia" indicates that this woman was a member of gens Munatia, and makes it likely that Vergilia married into this family. [8]

Other studies [9] claim that today's consideration for ancient Andes should be sought in the area of Castel Goffredo. [10]

Early works Edit

According to the commentators, Virgil received his first education when he was five years old and he later went to Cremona, Milan, and finally Rome to study rhetoric, medicine, and astronomy, which he soon abandoned for philosophy. From Virgil's admiring references to the neoteric writers Pollio and Cinna, it has been inferred that he was, for a time, associated with Catullus' neoteric circle. According to Servius, schoolmates considered Virgil extremely shy and reserved, and he was nicknamed "Parthenias" or "maiden" because of his social aloofness. Virgil also seems to have suffered bad health throughout his life and in some ways lived the life of an invalid. Volgens de Catalepton, he began to write poetry while in the Epicurean school of Siro in Naples. A group of small works attributed to the youthful Virgil by the commentators survive collected under the title Appendix Vergiliana, but are largely considered spurious by scholars. One, the Catalepton, consists of fourteen short poems, [5] : 1602 some of which may be Virgil's, and another, a short narrative poem titled the Culex ("The Gnat"), was attributed to Virgil as early as the 1st century AD.

De Eclogues Bewerking

The biographical tradition asserts that Virgil began the hexameter Eclogues (of Bucolics) in 42 BC and it is thought that the collection was published around 39–38 BC, although this is controversial. [5] : 1602 The Eclogues (from the Greek for "selections") are a group of ten poems roughly modeled on the bucolic hexameter poetry ("pastoral poetry") of the Hellenistic poet Theocritus. After defeating the army led by the assassins of Julius Caesar in the Battle of Philippi (42 BC), Octavian tried to pay off his veterans with land expropriated from towns in northern Italy, which—according to tradition—included an estate near Mantua belonging to Virgil. The loss of Virgil's family farm and the attempt through poetic petitions to regain his property have traditionally been seen as his motives in the composition of the Eclogues. This is now thought to be an unsupported inference from interpretations of the Eclogues. In Eclogues 1 and 9, Virgil indeed dramatizes the contrasting feelings caused by the brutality of the land expropriations through pastoral idiom but offers no indisputable evidence of the supposed biographic incident. While some readers have identified the poet himself with various characters and their vicissitudes, whether gratitude by an old rustic to a new god (Ecl. 1), frustrated love by a rustic singer for a distant boy (his master's pet, Ecl. 2), or a master singer's claim to have composed several eclogues (Ecl. 5), modern scholars largely reject such efforts to garner biographical details from works of fiction, preferring to interpret an author's characters and themes as illustrations of contemporary life and thought. The ten Eclogues present traditional pastoral themes with a fresh perspective. Eclogues 1 and 9 address the land confiscations and their effects on the Italian countryside. 2 and 3 are pastoral and erotic, discussing both homosexual love (Ecl. 2) and attraction toward people of any gender (Ecl. 3). Ecloog 4, addressed to Asinius Pollio, the so-called "Messianic Eclogue", uses the imagery of the golden age in connection with the birth of a child (who the child was meant to be has been subject to debate). 5 and 8 describe the myth of Daphnis in a song contest, 6, the cosmic and mythological song of Silenus 7, a heated poetic contest, and 10 the sufferings of the contemporary elegiac poet Cornelius Gallus. Virgil is credited [ door wie? ] in the Eclogues with establishing Arcadia as a poetic ideal that still resonates in Western literature and visual arts, and setting the stage for the development of Latin pastoral by Calpurnius Siculus, Nemesianus and later writers.

De Georgics Bewerking

Sometime after the publication of the Eclogues (probably before 37 BC), [5] : 1603 Virgil became part of the circle of Maecenas, Octavian's capable agent d'affaires who sought to counter sympathy for Antony among the leading families by rallying Roman literary figures to Octavian's side. Virgil came to know many of the other leading literary figures of the time, including Horace, in whose poetry he is often mentioned, [11] and Varius Rufus, who later helped finish the Aeneis.

At Maecenas' insistence (according to the tradition) Virgil spent the ensuing years (perhaps 37–29 BC) on the long didactic hexameter poem called the Georgics (from Greek, "On Working the Earth") which he dedicated to Maecenas. The ostensible theme of the Georgics is instruction in the methods of running a farm. In handling this theme, Virgil follows in the didactic ("how to") tradition of the Greek poet Hesiod's Werken en dagen and several works of the later Hellenistic poets. The four books of the Georgics focus respectively on raising crops and trees (1 and 2), livestock and horses (3), and beekeeping and the qualities of bees (4). Well-known passages include the beloved Laus Italiae of Book 2, the prologue description of the temple in Book 3, and the description of the plague at the end of Book 3. Book 4 concludes with a long mythological narrative, in the form of an epyllion which describes vividly the discovery of beekeeping by Aristaeus and the story of Orpheus' journey to the underworld. Ancient scholars, such as Servius, conjectured that the Aristaeus episode replaced, at the emperor's request, a long section in praise of Virgil's friend, the poet Gallus, who was disgraced by Augustus, and who committed suicide in 26 BC.

De Georgics ' tone wavers between optimism and pessimism, sparking critical debate on the poet's intentions, [5] : 1605 but the work lays the foundations for later didactic poetry. Virgil and Maecenas are said to have taken turns reading the Georgics to Octavian upon his return from defeating Antony and Cleopatra at the Battle of Actium in 31 BC.

De Aeneis Bewerking

De Aeneis is widely considered Virgil's finest work, and is regarded as one of the most important poems in the history of Western literature (T. S. Eliot referred to it as 'the classic of all Europe'). [12] The work (modelled after Homer's Ilias en Odyssey) chronicles a refugee of the Trojan War, named Aeneas, as he struggles to fulfill his destiny. His intentions are to reach Italy, where his descendants Romulus and Remus are to found the city of Rome.

Virgil worked on the Aeneis during the last eleven years of his life (29–19 BC), commissioned, according to Propertius, by Augustus. [13] The epic poem consists of 12 books in dactylic hexameter verse which describe the journey of Aeneas, a warrior fleeing the sack of Troy, to Italy, his battle with the Italian prince Turnus, and the foundation of a city from which Rome would emerge. De Aeneis's first six books describe the journey of Aeneas from Troy to Rome. Virgil made use of several models in the composition of his epic [5] : 1603 Homer, the pre-eminent author of classical epic, is everywhere present, but Virgil also makes special use of the Latin poet Ennius and the Hellenistic poet Apollonius of Rhodes among the various other writers to which he alludes. Hoewel de Aeneis casts itself firmly into the epic mode, it often seeks to expand the genre by including elements of other genres such as tragedy and aetiological poetry. Ancient commentators noted that Virgil seems to divide the Aeneis into two sections based on the poetry of Homer the first six books were viewed as employing the Odyssee as a model while the last six were connected to the Ilias. [14]

Book 1 [ii] (at the head of the Odyssean section) opens with a storm which Juno, Aeneas' enemy throughout the poem, stirs up against the fleet. The storm drives the hero to the coast of Carthage, which historically was Rome's deadliest foe. The queen, Dido, welcomes the ancestor of the Romans, and under the influence of the gods falls deeply in love with him. At a banquet in Book 2, Aeneas tells the story of the sack of Troy, the death of his wife, and his escape, to the enthralled Carthaginians, while in Book 3 he recounts to them his wanderings over the Mediterranean in search of a suitable new home. Jupiter in Book 4 recalls the lingering Aeneas to his duty to found a new city, and he slips away from Carthage, leaving Dido to commit suicide, cursing Aeneas and calling down revenge in symbolic anticipation of the fierce wars between Carthage and Rome. In Book 5, funeral games are celebrated for Aeneas' father Anchises, who had died a year before. On reaching Cumae, in Italy in Book 6, Aeneas consults the Cumaean Sibyl, who conducts him through the Underworld where Aeneas meets the dead Anchises who reveals Rome's destiny to his son.

Book 7 (beginning the Iliadic half) opens with an address to the muse and recounts Aeneas' arrival in Italy and betrothal to Lavinia, daughter of King Latinus. Lavinia had already been promised to Turnus, the king of the Rutulians, who is roused to war by the Fury Allecto, and Amata Lavinia's mother. In Book 8, Aeneas allies with King Evander, who occupies the future site of Rome, and is given new armor and a shield depicting Roman history. Book 9 records an assault by Nisus and Euryalus on the Rutulians Book 10, the death of Evander's young son Pallas and 11 the death of the Volscian warrior princess Camilla and the decision to settle the war with a duel between Aeneas and Turnus. De Aeneis ends in Book 12 with the taking of Latinus' city, the death of Amata, and Aeneas' defeat and killing of Turnus, whose pleas for mercy are spurned. The final book ends with the image of Turnus' soul lamenting as it flees to the underworld.

Reception of the Aeneis Bewerking

Critics of the Aeneis focus on a variety of issues. [iii] The tone of the poem as a whole is a particular matter of debate some see the poem as ultimately pessimistic and politically subversive to the Augustan regime, while others view it as a celebration of the new imperial dynasty. Virgil makes use of the symbolism of the Augustan regime, and some scholars see strong associations between Augustus and Aeneas, the one as founder and the other as re-founder of Rome. A strong teleology, or drive towards a climax, has been detected in the poem. De Aeneis is full of prophecies about the future of Rome, the deeds of Augustus, his ancestors, and famous Romans, and the Carthaginian Wars the shield of Aeneas even depicts Augustus' victory at Actium against Mark Antony and Cleopatra VII in 31 BC. A further focus of study is the character of Aeneas. As the protagonist of the poem, Aeneas seems to waver constantly between his emotions and commitment to his prophetic duty to found Rome critics note the breakdown of Aeneas' emotional control in the last sections of the poem where the "pious" and "righteous" Aeneas mercilessly slaughters Turnus.

De Aeneis appears to have been a great success. Virgil is said to have recited Books 2, 4, and 6 to Augustus [5] : 1603 and Book 6 apparently caused the emperor's sister Octavia to faint. Although the truth of this claim is subject to scholarly skepticism, it has served as a basis for later art, such as Jean-Baptiste Wicar's Virgil Reading the Aeneid.

Unfortunately, some lines of the poem were left unfinished, and the whole was unedited, at Virgil's death in 19 BC.

Virgil's death and editing of the Aeneis Bewerking

According to the tradition, Virgil traveled to the senatorial province of Achaea in Greece in about 19 BC to revise the Aeneis. After meeting Augustus in Athens and deciding to return home, Virgil caught a fever while visiting a town near Megara. After crossing to Italy by ship, weakened with disease, Virgil died in Brundisium harbor on 21 September 19 BC. Augustus ordered Virgil's literary executors, Lucius Varius Rufus and Plotius Tucca, to disregard Virgil's own wish that the poem be burned, instead of ordering it published with as few editorial changes as possible. [15] : 112 As a result, the text of the Aeneis that exists may contain faults which Virgil was planning to correct before publication. However, the only obvious imperfections are a few lines of verse that are metrically unfinished (i.e. not a complete line of dactylic hexameter). Some scholars have argued that Virgil deliberately left these metrically incomplete lines for dramatic effect. [16] Other alleged imperfections are subject to scholarly debate.

In antiquity Edit

The works of Virgil almost from the moment of their publication revolutionized Latin poetry. De Eclogues, Georgics, and above all the Aeneis became standard texts in school curricula with which all educated Romans were familiar. Poets following Virgil often refer intertextually to his works to generate meaning in their own poetry. The Augustan poet Ovid parodies the opening lines of the Aeneis in Amores 1.1.1–2, and his summary of the Aeneas story in Book 14 of the Metamorfosen, the so-called "mini-Aeneid", has been viewed as a particularly important example of post-Virgilian response to the epic genre. Lucan's epic, the Bellum Civile, has been considered an anti-Virgilian epic, disposing of the divine mechanism, treating historical events, and diverging drastically from Virgilian epic practice. The Flavian poet Statius in his 12-book epic Thebaid engages closely with the poetry of Virgil in his epilogue he advises his poem not to "rival the divine Aeneis, but follow afar and ever venerate its footsteps." [17] In Silius Italicus, Virgil finds one of his most ardent admirers. With almost every line of his epic Punica, Silius references Virgil. Indeed, Silius is known to have bought Virgil's tomb and worshipped the poet. [18] Partially as a result of his so-called "Messianic" Fourth Eclogue – widely interpreted later to have predicted the birth of Jesus Christ – Virgil was in later antiquity imputed to have the magical abilities of a seer the Sortes Vergilianae, the process of using Virgil's poetry as a tool of divination, is found in the time of Hadrian, and continued into the Middle Ages. In a similar vein Macrobius in the Saturnaliën credits the work of Virgil as the embodiment of human knowledge and experience, mirroring the Greek conception of Homer. [5] : 1603 Virgil also found commentators in antiquity. Servius, a commentator of the 4th century AD, based his work on the commentary of Donatus. Servius' commentary provides us with a great deal of information about Virgil's life, sources, and references however, many modern scholars find the variable quality of his work and the often simplistic interpretations frustrating.

Late antiquity, the Middle Ages, and after Edit

Even as the Western Roman Empire collapsed, literate men acknowledged that Virgil was a master poet – Saint Augustine, for example, confessing how he had wept at reading the death of Dido. [19] Gregory of Tours read Virgil, whom he quotes in several places, along with some other Latin poets, though he cautions that "we ought not to relate their lying fables, lest we fall under sentence of eternal death". [20] In the Renaissance of the 12th century, Alexander Neckham placed the "divine" Aeneis on his standard arts curriculum, [21] and Dido became the romantic heroine of the age. [22] Monks like Maiolus of Cluny might repudiate what they called "the luxurious eloquence of Virgil", [23] but they could not deny the power of his appeal.

Dante made Virgil his guide in Hell and the greater part of Purgatory in the Goddelijke Komedie. [24] Dante also mentions Virgil in De vulgari eloquentia, along with Ovid, Lucan and Statius, as one of the four regulati poetae (ii, vi, 7).

The Renaissance saw a number of authors inspired to write epic in Virgil's wake: Edmund Spenser called himself the English Virgil verloren paradijs was calqued on the Aeneis and later artists influenced by Virgil include Berlioz and Hermann Broch. [25]

The best-known surviving manuscripts of Virgil's works include the Vergilius Augusteus, de Vergilius Vaticanus en de Vergilius Romanus.

Legends Edit

The legend of "Virgil in his basket" arose in the Middle Ages, and is often seen in art and mentioned in literature as part of the Power of Women literary topos, demonstrating the disruptive force of female attractiveness on men. In this story Virgil became enamoured of a beautiful woman, sometimes described as the emperor's daughter or mistress and called Lucretia. She played him along and agreed to an assignation at her house, which he was to sneak into at night by climbing into a large basket let down from a window. When he did so he was hoisted only halfway up the wall and then left trapped there into the next day, exposed to public ridicule. The story paralleled that of Phyllis riding Aristotle. Among other artists depicting the scene, Lucas van Leyden made a woodcut and later an engraving. [26]

In the Middle Ages, Virgil's reputation was such that it inspired legends associating him with magic and prophecy. From at least the 3rd century, Christian thinkers interpreted Eclogues 4, which describes the birth of a boy ushering in a golden age, as a prediction of Jesus' birth. In consequence, Virgil came to be seen on a similar level to the Hebrew prophets of the Bible as one who had heralded Christianity. [27] Relatedly, The Jewish Encyclopedia argues that medieval legends about the golem may have been inspired by Virgilian legends about the poet's apocryphal power to bring inanimate objects to life. [28]

Possibly as early as the second century AD, Virgil's works were seen as having magical properties and were used for divination. In what became known as the Sortes Vergilianae ('Virgilian Lots'), passages would be selected at random and interpreted to answer questions. [29] In the 12th century, starting around Naples but eventually spreading widely throughout Europe, a tradition developed in which Virgil was regarded as a great magician. Legends about Virgil and his magical powers remained popular for over two hundred years, arguably becoming as prominent as his writings themselves. [29] Virgil's legacy in medieval Wales was such that the Welsh version of his name, Fferyllt of Pheryllt, became a generic term for magic-worker, and survives in the modern Welsh word for pharmacist, fferyllydd. [30]

Virgil's tomb Edit

The structure known as "Virgil's tomb" is found at the entrance of an ancient Roman tunnel (aka grotta vecchia) in Piedigrotta, a district 3 kilometres (1.9 mi) from the centre of Naples, near the Mergellina harbor, on the road heading north along the coast to Pozzuoli. While Virgil was already the object of literary admiration and veneration before his death, in the Middle Ages his name became associated with miraculous powers, and for a couple of centuries his tomb was the destination of pilgrimages and veneration. [31]

By the fourth or fifth century AD the original spelling Vergilius had been changed to Virgilius, and then the latter spelling spread to the modern European languages. [32] The later spelling persisted even though, as early as the 15th century, the classical scholar Poliziano had shown Vergilius to be the original spelling. [33] Today, the anglicizations Vergil en Virgil are both acceptable. [34]

There is some speculation that the spelling Virgilius might have arisen due to a pun, since virg- carries an echo of the Latin word for 'wand' (uirga), Vergil being particularly associated with magic in the Middle Ages. There is also a possibility that virg- is meant to evoke the Latin virgo ('virgin') this would be a reference to the fourth Ecloog, which has a history of Christian, and specifically Messianic, interpretations. [iv]


The Love Story of Aeneas and Dido

Aeneas was a favourite of Venus (Afrodite), but Juno (Hera) hated his guts. She had her reasons. She really really liked an African city called Carthage. So much so, that she left her armour and her chariot there. She would prefer Carthage to rule the world, but according to a prophecy, the descendants of Trojans were destined to crush it and rule instead. Therefore, she decided to make things harder for them.

Only 7 of the 20 Trojan ships made it through the storm to the African shores. Aeneas, their leader, gathered the survivors and they built their camp right there. Now came the time to see where they landed. Aeneas himself with his trusted friend Achates took the role of scouts and set off to discover what awaits them in this new land.

They were soon told that they landed near a new city of Carthage founded by Queen Dido. Poor Dido arrived here with her people after they had been forced to flee their homeland of Tyros (Tyre in Lebanon) by her brother, the cruel Pygmalion. This guy didn’t hesitate to murder her fiancé, so Dido decided it was best for her to leave, taking huge treasure of gold and silver with her. You know… just in case.

Aeneas had a little chat with his divine mother Venus, who briefly informed him about the short history of Carthage and then finally proceeded to the city itself. He was very amazed by the accomplishments of the locals. Walls, castle, theatre… all was being built and all had the potential to look great. “What a fine city this will be,” he thought. I bet he even took some notes that would prove useful in his future city-founding career.

He found his way to the temple of June (of all places), where the queen was welcoming guests. To his amazement, the delegation talking to the queen was a familiar one – the Trojans from 12 of the ships he had lost in the storm. Trojans very politely told the queen their story about the storm that brought them there, made it clear that their intentions are not hostile. They merely wanted peace with the Carthaginians until they would be able to gather their strength, repair the ships and take off to Italy.

Dido was very nice and welcoming, “Do as you please, we will even help you. If by any chance, you would consider staying here with us, I would be delighted”.

Finally, Aeneas appeared. The deal was already made, but to show his charm, he gladly exchanged some serious compliments with the queen. The overwhelming joy about the fact that everybody is delighted to meet everybody else is a good reason to have a great feast. The Trojans didn’t come empty-handed. Aeneas brought a cloak embroidered with golden emblems, a veil, fringed with yellow acanthus, that had once belonged to the beautiful Helen, a pearl necklace, a sceptre, and a crown.

Venus, aware of the recent development, was quite cautious. Realizing, that her beloved son Aeneas was now absolutely at mercy of Dido and that the devious Juno could take advantage of this situation somehow, she needed to develop a fail-safe. She figured that nothing and nobody, not even Juno, would be able to force Dido to betray Aeneas if they were in love. Although the courting among the two had been going quite well, she decided to employ her other son and assistant Cupid/Amor to make Dido fall in love with Aeneas.

Cupid obediently did what he was asked to do. Disguised as the little Iulus, he attended the welcome party for the Trojans and cast his usual spell of love. No woman is strong enough to resist the charms of two sons of Venus, so very soon Dido realized, that Aeneas was the love of her life.

Dido was initially not happy about this. She had been devastated by an unhappy love once before. Back in the day, when she still lived in the home in Tyre, she loved a man deeply and what good did that bring her? That man was killed by her cruel brother and she was forced to flee far away. She lost her love and lost her home. Why risk something like that happening again?

But some feelings simply cannot be changed. Despite all her struggles and disagreements, there was nothing she could do. There was a handsome hero in her palace and she would have died to keep him there. While before the Trojans came, her days had been filled by noble tasks appropriate for a responsible ruler such as overseeing the construction of the temples and walls, she now spends her time listening to Aeneas’ wartime stories and hunting, so that she could witness his strong arms, manly skills, and general awesomeness. On one such hunt, she ended up in a cave with Aeneas. They ran there to seek cover from the storm, but could not resist such a romantic setting and made love passionately right there.

For Dido, this was a confirmation that Aeneas was really serious about her. From that night in the cave she considered them to be married and bound together for life. For Aeneas… not that much. Hero or not, he was just a man. He might have been a fearless hero when it came to leading men, defending homelands or conquering seas, but it seems that fear of commitment was still very real for him.

He enjoyed Dido’s company for a while. But then it started to be clear that he wouldn’t be able to do any more heroic deeds if he just stayed in Carthage in the loving arms of Dido. The gods noticed too. More than once they had reminded Aeneas that his future awaits him in Italy and Italy was obviously not in Africa. They had saved him not once, but twice from certain death in Troy. They didn’t do it for this! He was supposed to initiate the creation of the future Roman empire that would rule the world, not waste his time in Dido’s bed. The king of gods sent his emissary to tell Aeneas to sail away ASAP.

The pious Aeneas decided not to object. Without a single word to Dido, he immediately gave the order to make preparations for embarking. But Dido noticed. Just as you’d expect, she was absolutely furious. “Aeneas, my husband, what the hell are you doing? I welcomed you, gave you half my kingdom and the whole of myself and you just leave me without a single word?? What am I supposed to do now?”. Aeneas tried to calmly explain that he had in fact never promised to actually marry her and that Jupiter himself had just ordered him to go. Dido just didn’t seem to understand. Shocked by the recent events, she even asked her sister Anna to try to negotiate with Aeneas and at least get him to stay a little longer. Even this attempt was futile. The decision had been made and there was nothing left to be done about that.

Dido was still mad. She just couldn’t accept this whole situation. Her world just crumbled. Just a few hours ago she had imagined a happy future with a handsome celebrity hero. But now he left her in despair. Aeneas left in such a hurry, that she still had some of his staff. He even left his sword there. Dido couldn’t sleep the whole night and in the morning, she would just get even more depressed by the sight of Trojan ships on the sea. This was the final drop. She was determined to end her suffering by killing herself. She ordered to make a huge pile of all the Aeneas’ things to get them burned. Once this was done, she climbed on the top and stabbed herself with a sword that belonged to her beloved. With her last word, she didn’t forget to curse Aeneas and the Trojans, wish them suffering in Italy and promise that the Carthaginians will always fight with them and their descendants.


Bekijk de video: Aeneis